Homilie Tweede zondag van de Vasten 2 2026
Tweede zondag van de Vasten 2 2026 Gen 12,1-4 2Tm 1,8-10 Mt 17,1-9
Het leven van een christen is fundamenteel een op weg gaan. Werden christenen in de eerste tijden niet “de mensen van de weg” genoemd? (Hand 9,2) En zegt Christus niet van zichzelf “Ik ben de Weg”? (Joh 14,6) Abraham, onze vader en ons voorbeeld, gaat op weg, daartoe uitgenodigd door een mysterieuze stem die hem zegt: “Vertrek, verlaat, ga op weg”. En Abraham gaat op weg, verlaat zijn land en zijn familie, en wordt een zegen voor anderen. Daarmee is de identiteit van de christen vastgelegd: hij is iemand die op weg gaat en een zegen wordt voor anderen. Op weg gaan vraagt volharding, duurzaamheid, uithoudingsvermogen. Maar volharding betekent niet dat je altijd alleen maar in hetzelfde tempo recht vooruitloopt. De weg is soms kronkelig, hij stijgt en daalt, er zijn hoogtepunten en diepe dalen, je komt op kruispunten; je loopt, je rust, je keert om, je struikelt, je valt en staat weer op; er gebeurt zoveel onderweg, dingen die we al te vaak als tegenstijdig zien maar die toch allemaal deel uitmaken van diezelfde weg en die onze identiteit als christen vormgeven.
Homilie Zesde zondag A 2026
Zesde zondag A Sir 15,15-20 1Kor 2,6-10 Mt 5,17-37
Jezus Christus, de Zoon van God, is in de wereld gekomen om ons de wijsheid van God te onderrichten. De wijsheid van God, dat is de Heilige Geest die zich wil hechten aan ons geest, en ons hart in vlam wil zetten om te branden van liefde. Want God is liefde en alleen door te branden van liefde worden wij één met Hem en één in onszelf.
Het is duidelijk dat Jezus zijn toehoorders op een hoger niveau wil tillen dan dat van loutere uitvoerders van voorschriften. Hij wil tonen wat geen oog heeft gezien; Hij wil laten horen wat geen oor heeft gehoord; Hij wil iets geven dat nog niet in de geest van de mens is opgekomen: namelijk de Heilige Geest van liefde die God heeft bereid voor wie Hem liefhebben. Deze Heilige Geest die zich hecht aan onze geest, is als een licht die de bodem van ons hart onderzoekt, die alle dingen tot zelfs de diepten van God doorgrondt.
Homilie Vierde zondag A 2026
Vierde zondag A Sef 2,3; 3,12-13 1Kor 1,26-31 Mt 5,1-12a
“Zoekt de Heer, gij allen, ootmoedigen van het land” (Sef 2,3). Het zoeken van God, is dat soms niet het doel van ieder mensenleven? “Jij hebt ons naar Jou toe geschapen, God, en
onrustig is ons hart tot het zijn rust vindt in Jou,” schrijft Augustinus in zijn Belijdenissen. Dat de mens “naar God toe geschapen is”, betekent voor Augustinus dat de vrije wil in het hart van de mens pas echt vrij wordt als hij die niet langer op zichzelf richt blijft, maar op God. Pas wanneer de mens wil wat God wil, wordt hij vrij, zo vrij als God. God zoeken is dus vooral een kwestie van het maken van keuzes die in overeenstemming zijn met Gods wil, met onderscheiding en in alle omstandigheden van het leven. God maakt zijn wil bekend in zijn Woord en in de stem van ons geweten. God zoeken is willen wat God wil.
Homilie Derde zondag A 2026
Derde zondag A 2026 Jes 8,23b-9,3 1Kor 1,10-13.17 Mc 4,12-23
U kent wel die Bijbels die achteraan enkele kleurige kaartjes van het Heilig Land in de verschillende perioden van het Oude en van het Nieuwe Testament bevatten. Met de lezingen van deze zondag voor ogen zijn er best redenen eens naar die landkaartjes te kijken. Tot tweemaal toe horen we immers de profetie van Jesaja spreken over “het land van Zebulon en het land van Naftali liggend aan de zee”, letterlijk ‘aan de weg van de zee’, de beroemde Via Maris die Egypte verbond met Fenicië in het noorden. Waar ligt dat gebied ergens?
Zebulon en Naftali, twee zonen van aartsvader Jacob, gaven hun namen aan twee van de twaalf stammen van Israël die volgens de Bijbel na de doortocht door de woestijn het beloofde land in bezit namen. Kijk je op verschillende kaarten, dan zie je dat het territorium van Zebulon en Naftali zo goed als overeenkomt met het Galilea uit de eerste eeuw van onze tijdrekening. Galilea, geprangd tussen het gelijknamige meer en de Middellandse Zee, ligt in het noorden van Palestina, terwijl Judea met hoofdstad Jeruzalem in het zuiden ligt, en Samaria daartussen. Het waren ten tijde van Jezus allemaal vazalstaten van de Romeinen. In dat Galilea, waar de invloed van niet-joodse inwoners veel sterker was dan in het zuiden, heeft Jezus het grootste deel van zijn leven gewoond, eerst in Nazareth, later in Kafarnaüm aan het meer, waar ook een Romeins douanestation was.
Homilie Tweede zondag A 2026
Tweede zondag A Jes 49,1...6 1 Kor 1,1-3 Joh 1,29-34
Wat mij opvalt in het evangelie van deze zondag is het werkwoord
‘zien’. Er zijn maar twee acteurs: Johannes de Doper en Jezus. Alleen Johannes is aan het woord. Hij ‘ziet’ Jezus naar zich toekomen. Dit ‘zien’ wordt een vorm van ‘inzien’. Hij ziet in dat deze Jezus het Lam van God is dat de zonden van de wereld wegneemt. Hij ‘ziet’ ook in dat Jezus die na hem komt, eigenlijk al voor hem was. Eveneens ‘ziet’ hij nu wat zijn roeping als Doper precies betekent: de openbaring van Jezus aan Israël. De Doper heeft de Geest als een duif op Jezus ‘zien’ neerdalen en op Hem blijven rusten. “Ik heb ‘gezien’ en ik getuig”, zegt de Doper. Wat leert ons dit ‘zien’ van de Doper?
Homilie Openbaring van de Heer 2026
Openbaring van de Heer 2026 Jes 60,1-6 Ep 3,2-3a.5-6 Mt 2,1-12
De wijzen uit het Oosten, die met een ster als kompas naar het huis van Bethlehem komen om er zich neer te buigen voor de pasgeboren Koning van de Joden, lijkt ons vandaag een eerder mythisch verhaal. Maar daardoor is het ook archetypisch en vol van betekenis. Matteüs, die als enige evangelist dit verhaal heeft overgeleverd, vertelt het ons om het geheim van Jezus te
begrijpen. Het gaat om ‘de openbaring van de kennis van het mysterie van Christus’, zoals Paulus het noemt in de Efeziërsbrief (2,3-4). Wat is die kennis van het mysterie van Jezus Christus, broeders en zusters? Het is de universaliteit van de belofte van een messiaanse verlosser, eeuwenlang gekoesterd door het Hebreeuwse volk, en nu gerealiseerd in de geboorte van het Kind te Bethlehem. De geboorte van dit Kind heeft heilsbetekenis voor héél de wereld, voor alle volken en naties onder de zon. “De volken komen naar uw licht” (Jes 60,3), had de profeet Jesaja al voorspeld. Met de verkondiging van het Evangelie van Jezus Christus is voor heel de mensenfamilie genade, heil en redding van Godswege doorgebroken in onze geschiedenis. Dat is de kennis van het mysterie van Jezus Christus en de inhoud van dit feest van de Openbaring dat de Kerk viert als tweede hoogtepunt in de kerstcyclus