Homilie Zeventiende zondag C 2025

 

 

 

 

 

 

 

 

Zeventiende zondag C  Gen 18,20-32     Kol 3,12-14 Lc 11,1-13
We mogen God eindeloos lastigvallen, we mogen bij Hem zeuren, klagen, janken, kermen en klagen. Hij wil dat zelfs! Als een jongetje dat bij zijn papa tot vervelens toe zeurt om  een voetbal of een fiets  tot hij die krijgt. Bidden is je noden aan God bekendmaken en daarbij alles van Hem laten afhangen: “Uw wil geschiede”. Het centrum verplaatst zich dan ongemerkt van jouw naar Zijn wil. Jezus zegt aan  zijn leerlingen dat ze zullen verkrijgen wat ze vragen als ze bidden om de Heilige Geest. Wat is dat “vragen om de Heilige Geest”? Dat is reeds een uitgezuiverd gebed, vrij van alle begeerte en bezitsdrang. De Heilige Geest is de liefde. Wie bidt om liefde, kijkt weg van alle eigenbelang.
Dat deed ook Abraham die met grote aandrang smeekte om het lot van het verdorven land Sodom en Gommora. Als een echte sjacheraar verlaagde  hij de prijs tot een minimum: “Om tien rechtvaardigen zul je de stad toch wel redden, Heer!” De liefde gaat tot het uiterste. Maar zijn er wel tien rechtvaardigen in de stad van de mens? “Geen mens is rechtvaardig, geen enkele, niet één! Allen zijn verdorven”, bidt Psalm 14. Daarom schrijft Paulus: “Wij allen waren dood door  onze  fouten. Slechts één is rechtvaardig, de Christus. Alleen in Hem worden wij gerechtvaardigd en ontvangen wij leven en redding.” Ons gebed moet daarom een ‘bidden zijn in Christus’, de ene Gerechte, onze grote Voorbidder, de enige Middelaar tussen God en mensen.


Deze Jezus trok zich tijdens zijn aardse leven ’s nachts terug om in het verborgene te bidden. Daar stamelde Hij als een kind “Abba”, wat ‘papa’ betekent. Dat lijkt misschien een beetje bespottelijk, om de transcendente, oneindige en onnoembare God ‘papa’ te noemen. Het klinkt bijna idioot en toch was dát het gebed van Jezus,  en  in  dit simpele woord was alles gezegd. De hemel en de aarde kwamen elkaar nabij. God en mens werden één. Misschien moet je de ervaring kennen van in de nacht door je kind ‘papa’ of ‘mama’ te worden geroepen, om dat te begrijpen.
Alles bidt. De hele schepping is gebed. De bomen reiken met  hun vingers naar de hemel. De bloemen openen zich voor de Zon van de gerechtigheid. De vogels zingen de dageraad van het heil wakker. “Vóór ons weten alle dingen te bidden”, zeggen de woestijnvaders, “maar in de mens wordt het gebed van de wereld zich bewust van zichzelf.” Daarom is bidden zoveel meer dan woorden en teksten opdreunen. Gebed is zich bewust worden van Gods aanwezigheid. Gebed is het stil maken in zijn hart om het onophoudelijk zuchten en smeken van de Heilige Geest in het hart gewaar te worden. Want de Geest bidt in ons met onuitsprekelijke verzuchtingen “Abba, Vader”. Het gebed is reeds lang in ons gaande vooraleer wij beginnen te bidden.


Is bidden gemakkelijk? Soms welt het vanzelf in je op, maar bidden is vaak ook een strijd tegen alles wat je van het gebed verwijderd houdt. Daarom zeiden de oudvaders dat het gebed een strijd  is  tot  aan  je laatste ademtocht.

Wie in het gebed wil volharden moet vooral tot rust komen, tot diepe, innerlijke stilte. Wie in drukte en zorgen leeft, in innerlijk of uiterlijk lawaai, is als een fles waarvan het water troebel is omdat de fles te veel geschud wordt, merkt een woestijnmonnik op. “Wanneer de fles een poosje rustig gestaan heeft, dan zakt het vuil naar de bodem en het water wordt helder en doorzichtig. Zo weerspiegelt ons hart God, wanneer het hart tot rust gekomen is en tot diepe stilte. Bidden is niet enkel spreken tot God, het is vooral naar Hem luisteren en soms met geduld zijn stilzwijgen uithouden. “Luister, Israël”, is het eerste gebod.

Elk gebed wordt verhoord, maar niet zoals wij dat ons inbeelden. Wie bidt verandert onmerkbaar en wordt omgevormd tot gebed. Bidden is hetzelfde als liefhebben: je bemint omdat je  bemint, je  bidt omdat je bidt, zonder eigenbelang. Tenslotte verkeer je ‘in staat van gebed’. Je leeft op de adem van het gebed, je hart bidt onafgebroken. De Heilige Geest neemt het van je over. Hij brengt je in herinnering al wat Jezus gezegd heeft. Je wordt zelf een ‘zoon’ in de enige Zoon en je onderhoudt dezelfde intieme relatie met Hem die Hij zijn Vader noemde. Dat is het werk van de Heilige Geest. Bidden om de Heilige Geest is daarom het enige echte gebed.

Br. Guerric ocso    Abdij O.L.Vrouw van Prébenoît