Homilie voor het feest van de Openbaring des Heren

8 januari 2017
Afrikadag

De evangelielezing van kerstdag zelf is het begin van het Johannesevangelie.
We lezen er:
Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond.
Niemand heeft ooit God gezien.
Maar de Eniggeboren Zoon, Hij heeft Hem doen kennen.
Het kind dat de herders en de wijzen zochten en vonden,
is de Christus die God doet kennen, die God openbaart.
die zegt en toont wie God is, en meteen ook wie wij eigenlijk zijn,
wat de zin van het leven is en de weg naar diepe vrede en vreugde.
Die Christus aan de wereld bekendmaken, tonen, verkondigen,
is die openbaring van Christus verder zetten,
is bekend maken wie God is en wie wij zijn
en wat de zin van het leven is en de weg naar vrede,
de vrede die we elkaar toewensen, de vrede die we de wereld toewensen,
de vrede die we de bewoners van Aleppo en van andere steden in Syrië toewensen,
de vrede die wij mensen blijkbaar zelf niet kunnen maken,
maar die machtiger is dan alle geweld
en in ieder geval meer dan is onze veiligheid
om rustig te kunnen shoppen op onze kerstmarkten.
Dat is het wezen van de zending, de missie, de missionering van de Kerk.
En deze verkondiging of missionering, ook in Afrika, is niet alleen een opdracht van de Kerk,
maar is het verlangen van al wie ontdekt heeft wat geloven eigenlijk betekent.
Je verkondigt dan niet om een instituut groot te maken,
nog om jezelf in de kijker te stellen,
maar omdat je mensen liefhebt
en hen het leven, de vrede en de vreugde en de waardigheid wil schenken
die de Herodes van deze wereld voortdurend bedreigt, vernietigd, afneemt.
Laat er geen twijfel over bestaan:
de mensheid heeft nood aan kennis van Gods wezen, van ons diepste zelf,
aan kennis van goed en kwaad, van de wegen naar vrede,
meer dan nood aan kennis over de bodemschatten op de planeet Mars.
Jezus van Nazaret, de Christus,
heeft deze kennis nu niet alleen met woorden aan de mensen gebracht.
Er zijn ook zijn profetische daden en de wijze waarop Hij met mensen omging.
Kortom, zijn hele verschijning als mens, het hele Jezusgebeuren,
was een openbaring van God, leert ons ook nu nog wie God is,
wat God van ons wil en wie wij dus ten diepste zijn en moeten worden.
Wij, christenen zijn niet alleen ontvangers van die kennis.
We zijn niet alleen de mensen aan wie God zich in de Christus openbaart.
Wijzelf zijn geroepen om aan het openbarende Christusgebeuren deel te nemen.
En niet alleen door welsprekend het verhaal over Jezus verder te vertellen,
al dan niet hertaald op de wijze waarvan we denken dat ze begrijpelijker en aannemelijker is.
Onze verschijning als mens, ons leven, ons doen en laten,
moet net als dat van Jezus van Nazaret, de Christus,
Gods liefde, goedheid en barmhartigheid uitstralen.
We hoeven niet alleen oude vrome en nostalgische of nieuwere liederen
over Jezus als het licht te zingen,
maar we dienen ook zelf licht te zijn, zoals Jezus ons opdraagt:
Gij zijt het licht der wereld.
Zo moet ook uw licht stralen voor het oog van de mensen,
opdat zij uw goede werken zien en uw Vader verheerlijken die in de hemel is.
Meer dan de noodzakelijke vernieuwingen van de kerkstructuren,
meer dan de zo vaak gewenste hertalingen van de liturgie,
hebben we daartoe nood aan een authentieke evangelische christelijke spiritualiteit
waarbij we opnieuw ontdekken wat geloven is
al betekent dat een hele deprogrammatie van vroegere geloofsopvoeding en -beleving.
Daarover schrijft paus Franciscus:
Daarom hebben we nood aan een contemplatieve ingesteldheid
die ons iedere dag opnieuw in staat stelt te ontdekken
dat we dragers zijn van een goed dat ons tot mens maakt,
die ons iedere dag opnieuw in staat stelt een nieuw leven te leiden.
Het is het mooiste dat we aan anderen kunnen doorgeven.
Mocht de uitdrukking ‘contemplatieve ingesteldheid’ wat onduidelijk zijn:
het is bewust in eenheid met Christus leven, in eenheid met God.
Vrees niet dat het zoeken van die eenheid
je afsluit van verbondenheid en solidariteit met medemensen.
Want die eenheid verschaft niet alleen innerlijke vrede en vreugde.
Ze is bron van vrijheid, moed, durf.
Ze leidt tot actie en verzet,
tot zorg voor vrede en rechtvaardigheid,
tot erkennen en herstel van waardigheid van mensen,
hier en in Afrika en in heel de wereld,
de waardigheid van de kinderen van God.
Een wezenlijk element van die noodzakelijke spiritualiteit,
een wezenlijk element van de weg naar vrede en rechtvaardigheid,
is eenvoud en onthechting.
Eenvoud is ophouden jezelf als waardevol te bewijzen
omdat je jezelf onvoorwaardelijk waardevol weet in Gods ogen
en je geen nood hebt aan zilveren sleeën of goud in de grond
waarvoor men op zo’n mens- en milieu schendende wijze
van alles uit de Afrikaanse grond haalde en haalt.
We zijn Afrika meer dan één ‘Afrikadag’ schuldig...
priester Dirk