Homilie voor de 18de zondag door het jaar C 3 augustus 2025
Homilie voor de 18de zondag door het jaar C 3 augustus 2025
Tiendenschuur van de voormalige cisterciënzerabdij Ter Doest
Christen zijn betekent het aannemen van een andere levenshouding
dan deze die we als een ‘wereldse levenshouding’ zouden kunnen aanduiden.
Die wereldse levenshouding is gekenmerkt
door de drang naar beveiliging, bevrediging en bevestiging
en doordrongen van zelfgenoegzaamheid en individualisme.
In onze nieuwe en andere levenshouding streven we niet na het goed te hebben, maar in alle omstandigheden goed te zijn.
Jezus houdt zich duidelijk ook niet met ‘bezitskwesties’, met ‘hebkwesties’ bezig.
In zijn onderricht wordt het verschil tussen de twee levenshoudingen
en de daaraan te grondslag liggende ingesteldheid verwoord door de uitdrukkingen ‘schatten vergaren voor zichzelf’ en ‘rijk zijn bij God’.
Dat laatste klinkt elders: schatten verzamelen in de hemel (zo Mc 10, 21 en Lc 12, 33).
De christelijke levenshouding wordt dus gedragen door een een visie op bezit waarin zelfgenoegzaamheid en individualisme geweerd worden.
De zorg dat ‘ik voor mezelf genoeg heb’, dat ‘wij voor ons onszelf genoeg hebben’ mag onze zorg niet zijn, en zelfs niet de zorg
‘dat eerst ik, dat eerst wij genoeg hebben’. ‘America first’ is gewoon geen christelijk ideaal. ‘De andere eerst’, dat wel.
Materialisme, zelfgenoegzaamheid en individualisme
verwijderen de mens van de medemens, uiteraard van God en op de duur ook van zichzelf, van zijn echte zelf.
Materialisme, zelfgenoegzaamheid en individualisme maken mensen angstig en agressief.
Dat is één van de redenen waarom Franciscus van Assisi
alle bezit, ook elk streven naar geruststellend bezit radicaal afwees.
De christelijke houding ten opzichte van bezit bevat een andere visie op geluk.
Zonder te ontkennen dat mensen nood hebben aan datgene wat nodig is om een waarlijk menswaardig leven te lijden,
geloven we dat geluk meer te maken heeft met ‘goed zijn’ dan met ‘het goed hebben’. En deze visie heeft niets te maken met een romantisch armoede-ideaal,
maar met het aanvaarden van sociale verplichtingen van bezit, prachtig verwoord in het conciliedocument Gaudium et Spes. Mag ik even uit dit document van 1965,
dat nog niets aan waarheid en actualiteit verloren heeft, citeren (uit paragraaf 69): “God heeft de aarde met alles, wat ze bevat, bestemd voor het gebruik van alle mensen en volken, zodat de goederen van de schepping op billijke wijze ten goede moeten
komen aan allen.”
“altijd moet men deze universele bestemming van de goederen voor ogen houden.
Daarom moet de mens, bij het gebruiken ervan, de stoffelijke dingen, die hij wettig bezit, niet beschouwen als zijn uitsluitend eigendom, maar ook als gemeenschappelijk eigendom, in deze zin, dat ze niet alleen hem, maar ook de anderen voordeel kunnen
opleveren.”
“Wie in de uiterste nood verkeert, heeft het recht, zich het noodzakelijke te verschaffen uit de rijkdom van anderen. Waar er zo velen in de wereld zijn, die honger lijden, dringt het heilig Concilie er bij allen, zowel bij individuen als autoriteiten, op aan om te denken aan het woord van de Vaders: „Geef te eten aan wie van honger sterft, want doet gij dat niet, dan zijt gij schuldig aan zijn dood.”
Met de beelden van uitgehongerde kinderen in Gaza, in Soedan
en in nog andere plaatsen in onze wereld zijn dat geen ijdele woorden.
Tenslotte, de door Jezus met een parabel verwoorde stelling dat rijkdom geen garantie is voor een lang en gelukkig leven,
komt niet alleen overeen met een algemeen aanvaarde wijsheid
maar wordt dagelijks door de levensloop en het levenslot van mensen bewezen.
(priester Dirk Masschelein, Oostende)
https://www.youtube.com/watch?v=21TNqCf07Nc&list=RD21TNqCf07Nc& start_radio=1&ab_channel=Petrusinhetland