Homilie voor de 17de zondag door het jaar C 27 juli 2025
Homilie voor de 17de zondag door het jaar C 27 juli 2025
Heer, leer ons bidden.
Stellen de leerlingen deze vraag omdat ze
– zoals de meeste van onze vormelingen en hun ouders – helemaal geen gebedscultuur hebben
en dus niet weten waarom en hoe ze zouden moeten bidden,
of omdat ze op zoek zijn naar een andere manier van bidden dan de traditionele en ze menen dat ze die manier van bidden bij Jezus zien?
Het enige ‘andere’ dat ze dan bij Jezus zien is
dat Hij zich voor het gebed vaak in eenzaamheid terugtrekt.
De vraag van de leerlingen zou dan kunnen luiden: “Wat doe je dan daar?”
Het antwoord van Jezus richt zich echter
noch op gebedsvorm, noch op gebedstechniek, noch op inhoud van gebeden.
Met de parabel van de man die zich om hulp tot zijn vriend wendt richt Jezus de aandacht op de ingesteldheid
waarmee gebeden dient te worden: vertrouwen.
Homilie voor de 12de zondag door het jaar C 22 juni 2025
Homilie voor de 12de zondag door het jaar C 22 juni 2025
De evangelist Lucas neemt hier verzen over uit het evangelie van Marcus, waar deze verzen midden in dat evangelie de belangrijkste zijn.
Ze geven kernachtig hét antwoord op de vragen die Marcus met zijn evangelie wil beantwoorden:
wie is Jezus die ons roept tot navolging
en wat betekent het christen te zijn, Hem na te volgen?
Het antwoord op de eerste vraag komt uit de mond van de eerste navolger, Petrus. Jezus van Nazaret, die hem riep tot navolging aan het meer van Galilea,
is de ‘Gezalfde van God’, in het Grieks de chrèstos, in het Latijn de christus.
in het Hebreeuws, de taal van het Oude Testament, de mesjicha.
De Griekssprekende Joden hebben daar Messias van gemaakt.
Homilie voor de 4de paaszondag C 11 mei 2025
Homilie voor de 4de paaszondag C 11 mei 2025
Evangelie: Johannes 10, 27-30
In die tijd zei Jezus tot zijn leerlingen: "Mijn schapen luisteren naar mijn stem en Ik ken ze en ze volgen Mij. Ik geef hun eeuwig leven; zij zullen in eeuwigheid niet verloren gaan en niemand zal ze van Mij wegroven. Mijn Vader immers die ze Mij gegeven heeft is groter dan allen; en niemand kan iets uit de hand van mijn Vader roven. Ik en de Vader, Wij zijn één."
Joh 10, 22 In die tijd werd te Jeruzalem het feest van de tempelwijding gevierd. Het was winter, 23 en Jezus hield zich op in de tempel in de Zuilengang van Salomo. 24 De Judeërs kwamen in een kring om Hem heen staan en zeiden tot Hem: “Hoelang houdt Gij ons nog in spanning? Als Gij de Messias zijt, zegt het ons dan ronduit.” 25 Jezus gaf hun ten antwoord: “Ik heb het u gezegd, maar gij gelooft het niet. De werken die Ik in naam van mijn Vader doe, zij leggen getuigenis over Mij af. 26 Maar gij gelooft niet, omdat gij niet tot mijn schapen behoort. 27 Mijn schapen luisteren naar mijn stem en Ik ken ze en zij volgen Mij. 28 Ik geef hun eeuwig leven; zij zullen in eeuwigheid niet verloren gaan en niemand zal ze van Mij wegroven. 29 Mijn Vader immers, die ze Mij gegeven heeft, is
groter dan allen; en niemand kan iets uit de hand van mijn Vader roven. 30 Ik en de Vader, Wij zijn een.” 31 Weer raapten de Judeërs stenen op om Hem te stenigen. 32 Maar Jezus zei hun: “Ik heb voor uw ogen veel goede werken verricht, die uit de Vader voortkomen; om welk van die werken wilt gij Mij stenigen?” 33 De Judeërs gaven Hem ten antwoord: “Niet om een goed werk stenigen wij U, maar om een godslastering: dat Gij, een mens, Uzelf tot God maakt.” 34 Jezus antwoordde hun: “Staat er niet in uw Wet geschreven: ‘Ik heb gezegd: gij zijt goden?’”
Homilie voor de 7de paaszondag C 1 juni 2025
Homilie voor de 7de paaszondag C 1 juni 2025
Dit is een mooi beeld voor eenheid, maar die met God gaat dieper en verder…
Jezus bidt dat wij, christenen vandaag, één zouden zijn. Het is een gebed om eenheid.
Hij specificieert ook dat één zijn, die eenheid.
Het is de eenheid tussen de Vader en Hem, het één zijn van de Vader en Hem. Hij bidt, vraagt en wil dat wij zouden delen in die eenheid, in dat één zijn.
Hij bidt, vraagt en wil dat Zij beiden, Hij en de Vader, als eenheid in ons zouden zijn, in ons innerlijk, in onze geest en in ons hart.
En dat zijn Ze, door het inwonen van de Geest. Eigenlijk is Jezus’ gebed een gebed om de Geest.
Dat Jezus één is met de Vader blijkt uit wat Hij zegt en doet.
Zijn daden – die in het Johannesevangelie ‘tekens’ of ‘werken’ genoemd worden – zijn goddelijke scheppende en herscheppende daden
en zijn woorden zijn Gods woorden.
Homilie voor de derde paaszondag C 4 mei 2025
Homilie voor de derde paaszondag C 4 mei 2025
Caravaggio (1571-1610), De kruisiging van Petrus (1601)
Santa Maria del Popolo, Rome
Het tweede deel van de evangelielezing van deze derde paaszondag was de evangelielezing van de uitvaart van paus Franciscus.
Kardinaal Re, die in deze uitvaart de voorganger was, zei in zijn schitterende homilie daarover:
Jezus vertrouwde Petrus de grote opdracht toe: "Hoed mijn schapen." Dat zou de voortdurende taak van Petrus en zijn opvolgers worden:
een dienst van liefde, in navolging van de Meester en Heer Jezus Christus, die "niet is gekomen om gediend te worden,
maar om te dienen en zijn leven te geven als losprijs voor velen" (Mc 10, 45).