Bernardus Van Clervaux

bernardclairvaux

22 september 2015

Bernardus van Clairvaux

Bernardus van Clairvaux werd vermoedelijk in 1091 geboren te Fontaine-les-Dijon uit een adellijk geslacht. Zijn moeder was Aleth de Montbard; zij was reeds op vijftienjarige leeftijd gehuwd met Técelin, heer van Fontaine-les-Dijon, bijgenaamd 'de Blonde'. Als het aan moeder had gelegen, was zij zelf liever het klooster in gegaan, maar zij schikte zich in haar lot en volgde haar man naar zijn kasteel. Gelukkig was haar heer een deugdzaam man. Zijn plicht maakte, dat hij haast altijd aan het hof van de hertog van Bourgondië verkeerde, maar ook in dat milieu bewaarde hij zijn godsdienstzin en goede zeden. Het echtpaar kreeg zes zonen en één dochter: Guido, Gerard, Bernard, Hombeline, André, Barthélémy, Nivard. In hun opvoeding legden de beide ouders bij hun kinderen de basis voor een onverzettelijke, heilige levenswandel. Moeder besteedde veel zorg en aandacht aan haar kinderen en gaf hun waar ze zelf van leefde: vroomheid en eenvoud. Tijdgenoten zeggen van haar, dat zij van het kasteel een half klooster had gemaakt. Daardoor zou je kunnen zeggen, dat alle kinderen het religieuze leven met de paplepel ingegeven kregen. Ze zijn dan ook uiteindelijk allemaal het klooster ingegaan. De beroemdste werd Bernard.
Toch wees er aanvankelijk niets op dat de onstuimige, radicale Bernard die kant op zou gaan. Maar nadat hij de kloosterschool van Notre-Dame de Châtillon had doorlopen, trad hij in 1112, samen met 5 vijf familieleden en nog 30 edellieden in het klooster van Cîteaux, dat in die tijd onder leiding stond van de grote abt Sint Stephanus Harding († 1134; feest 17 april). Alleen zijn boers Gerard en Nivard waren daar toen nog niet bij; Gerard diende nog in het leger, en zou later intreden. De jongste, Nivard, lieten zij thuis bij vader als troost voor zijn oude dag; hij zou later mét zijn vader naar het klooster komen.

Bernardus van ClairvauxGod, laat ons met U meewerken om de wereld te vervullen van uw Geest, breng onze samenleving door liefde, gerechtigheid en vrede tot haar doel. (slotgebed)

Wees verstandig en maak jezelf tot een waterbassin
en niet tot een afwateringskanaal.
Kijk maar eens naar een afwateringskanaal.
Een afwateringskanaal loost het water onmiddellijk zodra het water binnenkomt.
Bij een waterbassin is dat anders.
Een waterbassin wacht totdat het geheel vol is.
Dan pas begint een waterbassin over te lopen.
Een waterbassin deelt uit van eigen volheid terwijl het zelf gevuld blijft.
Liefde vloeit over. Ze houdt voor zichzelf wat ze zelf nodig heeft.
En wat ze heeft wil ze in overvloed hebben -om rijk te kunnen zijn ook voor anderen.
Kijk naar de bron! Kijk naar de bron zelf van het leven.
Laat eerst jezelf vullen.
Laat daarna wat de bron je nog meer geeft overvloeien naar anderen.
Liefde stroomt over.
Je leeg laten lopen is niet wat liefde vraagt.
Voor wie kun je goed zijn als je voor jezelf slecht bent?
Zie naar de bron van het leven.
Vul eerst jezelf zoveel dat je overvloeit naar anderen.
Dan zal ik graag genieten van jouw overvloed.

(Uit de Hoogliedpreken)