Homilie Derde zondag A 2026

Derde zondag A 2026    Jes 8,23b-9,3 1Kor 1,10-13.17 Mc 4,12-23

U kent wel die Bijbels die achteraan enkele kleurige kaartjes van het Heilig Land in de verschillende perioden van het Oude en van het Nieuwe Testament bevatten. Met de lezingen van deze zondag voor ogen zijn er best redenen eens naar die landkaartjes te kijken. Tot tweemaal toe horen we immers de profetie van Jesaja spreken over “het land van Zebulon en het land van Naftali liggend aan de zee”, letterlijk ‘aan de weg van de zee’, de beroemde Via Maris die Egypte verbond met Fenicië in het noorden. Waar ligt dat gebied ergens?
Zebulon en Naftali, twee zonen van aartsvader Jacob, gaven hun namen aan twee van de twaalf stammen van Israël die volgens de Bijbel na de doortocht door de woestijn het beloofde land in bezit namen. Kijk je op verschillende kaarten, dan zie je dat het territorium van Zebulon en Naftali zo goed als overeenkomt met het Galilea uit de eerste eeuw van onze tijdrekening. Galilea, geprangd tussen het gelijknamige meer en de Middellandse Zee, ligt in het noorden van Palestina, terwijl Judea met hoofdstad Jeruzalem in het zuiden ligt, en Samaria daartussen. Het waren ten tijde van Jezus allemaal vazalstaten van de Romeinen. In dat Galilea, waar de invloed van niet-joodse inwoners veel sterker was dan in het zuiden, heeft Jezus het grootste deel van zijn leven gewoond, eerst in Nazareth, later in Kafarnaüm aan het meer, waar ook een Romeins douanestation was.

Lees meer...

Homilie Vierde zondag A 2026

Foto 2 klein br. Guerric met St Bernardus

Vierde zondag A    Sef 2,3; 3,12-13    1Kor 1,26-31    Mt 5,1-12a

“Zoekt de Heer, gij allen, ootmoedigen van het land” (Sef 2,3). Het zoeken van God, is dat soms niet het doel van ieder mensenleven? “Jij hebt ons naar Jou toe geschapen, God, en
onrustig is ons hart tot het zijn rust vindt in Jou,” schrijft Augustinus in zijn Belijdenissen. Dat de mens “naar God toe geschapen is”, betekent voor Augustinus dat de vrije wil in het hart van de mens pas echt vrij wordt als hij die niet langer op zichzelf richt blijft, maar op God. Pas wanneer de mens wil wat God wil, wordt hij vrij, zo vrij als God. God zoeken is dus vooral een kwestie van het maken van keuzes die in overeenstemming zijn met Gods wil, met onderscheiding en in alle omstandigheden van het leven. God maakt zijn wil bekend in zijn Woord en in de stem van ons geweten. God zoeken is willen wat God wil.

Lees meer...

Homilie Tweede zondag A 2026

 

 

Tweede zondag A    Jes 49,1...6    1 Kor 1,1-3    Joh 1,29-34

Wat mij opvalt in het evangelie van deze zondag is het werkwoord
‘zien’. Er zijn maar twee acteurs: Johannes de Doper en Jezus. Alleen Johannes is aan het woord. Hij ‘ziet’ Jezus naar zich toekomen. Dit ‘zien’ wordt een vorm van ‘inzien’. Hij ziet in dat deze Jezus het Lam van God is dat de zonden van de wereld wegneemt. Hij ‘ziet’ ook in dat Jezus die na hem komt, eigenlijk al voor hem was. Eveneens ‘ziet’ hij nu wat zijn roeping als Doper precies betekent: de openbaring van Jezus aan Israël. De Doper heeft de Geest als een duif op Jezus ‘zien’ neerdalen en op Hem blijven rusten. “Ik heb ‘gezien’ en ik getuig”, zegt de Doper. Wat leert ons dit ‘zien’ van de Doper?

Lees meer...

Homilie Doop van de Heer 2026

Doop van de Heer A Jes 42,1-4.6-7 Hand 10,34-38 Mt 3,13-17

In de jaren na WO II werden ergens aan de Westelijke Jordaanoever belangrijkste archeologische vondsten gedaan. In grotten bij de Jordaan werden oude perkamenten en rollen papyrus gevonden, de zogenaamde Dode Zee-rollen, die meer dan 900 handschriften met bijbelteksten bevatten. Ze werden gedateerd twee eeuwen vóór tot 50 jaar na het begin van onze tijdrekening. Deze manuscripten bleken bovendien afkomstig van een soort monastieke gemeenschap die tot de beweging van de Essenen behoorde. Deze mensen hadden zich afgekeerd van de tempelcultus en leefden aan de Jordaan met een sterke nadruk op reiniging. Het is niet vergezocht om Johannes de Doper, en zelfs Jezus, in verband te brengen met deze Essenen, waarover het Evangelie verder zwijgt. Zowel het ritueel van de doop om van zonden gereinigd te worden, als de locatie van de Jordaan, wijzen in die richting. Evenals de Essenen leefden zowel Jezus als Johannes de Doper celibatair en geen van beiden had veel op met de tempelcultus te Jeruzalem.

Lees meer...

Homilie Openbaring van de Heer 2026

 

Openbaring van de Heer 2026 Jes 60,1-6    Ep 3,2-3a.5-6    Mt 2,1-12

De wijzen uit het Oosten, die met een ster als kompas naar het huis van Bethlehem komen om er zich neer te buigen voor de pasgeboren Koning van de Joden, lijkt ons vandaag een eerder mythisch verhaal. Maar daardoor is het ook archetypisch en vol van betekenis. Matteüs, die als enige evangelist dit verhaal heeft overgeleverd, vertelt het ons om het geheim van Jezus te
begrijpen. Het gaat om ‘de openbaring van de kennis van het mysterie van Christus’, zoals Paulus het noemt in de Efeziërsbrief (2,3-4). Wat is die kennis van het mysterie van Jezus Christus, broeders en zusters? Het is de universaliteit van de belofte van een messiaanse verlosser, eeuwenlang gekoesterd door het Hebreeuwse volk, en nu gerealiseerd in de geboorte van het Kind te Bethlehem. De geboorte van dit Kind heeft heilsbetekenis voor héél de wereld, voor alle volken en naties onder de zon. “De volken komen naar uw licht” (Jes 60,3), had de profeet Jesaja al voorspeld. Met de verkondiging van het Evangelie van Jezus Christus is voor heel de mensenfamilie genade, heil en redding van Godswege doorgebroken in onze geschiedenis. Dat is de kennis van het mysterie van Jezus Christus en de inhoud van dit feest van de Openbaring dat de Kerk viert als tweede hoogtepunt in de kerstcyclus

Lees meer...

Homilie Kerstnachtmis 2025

 

 

 

 

 

 

 

 

Kerstnachtmis Jes 9,1-6 Tit 2,11-14    Luc 2,1-14

God treedt binnen in onze geschiedenis: dat viert de Kerk in deze hoogheilige nacht van Kerstmis. Voordat in de loop van de 4de eeuw de feesten van Kerstmis en Epifanie hun intrede deden in de liturgie, vierden de christenen alleen Pasen, het unieke feest dat de volheid van het mysterie van het heil tot uitdrukking bracht. Het jongere feest van Kerstmis werd gezien als het begin van dat Paasmysterie, de aanvang van de ontlediging of kenose van God. God ontdoet zich van zijn gestalte van macht om geboren te worden als een klein en behoeftig Kind. Het licht van Kerstmis is dus een paaslicht. God die geboren wordt in ons mensenlichaam, doet ons herboren worden, ieder voor zich, tot zijn eigen leven.

Van deze intrede van God in de geschiedenis beschrijft Lucas de historische omstandigheden. Het gebeurde in het kader van een volkstelling die de keizer van Rome had bevolen. Ieder moest zich naar zijn vaderstad begeven om zich te laten registeren. De Zoon van God onderwerpt zich aan de politieke situatie van het joodse volk waartoe hij behoort. God die onze geschiedenis binnentreedt, treedt ook binnen in het hart van een gemeenschap. De ouders van Jezus behoren tot het armere deel van de joodse samenleving. Ondanks de gevorderde zwangerschap van Maria is er voor hen geen plaats in de gemeenschappelijke logeerplaats. In een grot, een voederplaats voor vee, wordt de Zoon van God geboren. Het zijn de herders, mensen die aan de onderkant bengelen van de sociale ladder, aan wie als eersten de geboorte van de Messias wordt aangekondigd en die op kraambezoek gaan. God heeft een voorkeur voor de kleinen en armen. “Heersers ontneemt Hij hun troon maar Hij verheft de geringen” (Lc 1,52).
Ook in onze tijd kiest God de zijde, niet van de rijken en machthebbers, maar van de armen: zij die die niets hebben waarop ze zich voor God kunnen beroepen.

Lees meer...