Homilie Pasen 2026 dagmis

Pasen 2026 dagmis Hand 10,34a.37-43Kol 3,1-4 Joh 20,1-9
Het woord Pasen komt van het Hebreeuwse Pesah, wat iets als “passage” of “doorgang” suggereert. Het woord verwijst naar het exodusgebeuren: de uittocht uit Egypte, de doorgang door de Rode Zee en de intocht in het Beloofde Land. Telkens is er een beweging of dynamiek mee gemoeid. Met Pasen vieren wij, christenen, Christus’ overgang van dood naar leven. Per slot van rekening is Hij dat definitieve Paaslam dat de Hebreeën slachtten bij de bevrijding uit Egypte. Hij is het Lam van God dat de zonden van de wereld wegdraagt en een nieuwe schepping doet aanlichten. Pasen is een gangpad van dood naar leven en veronderstelt actie en beweging. En daarvan getuigt het Evangelie van deze Paaszondag op wel heel sportieve wijze: er wordt heel wat in gerend en gelopen.
Maria Magdalena is de eerste die in actie schiet. Terwijl de overige leerlingen nog verlamd neerliggen, getraumatiseerd als ze zijn door Jezus’ verschrikkelijk lijden en kruisdood, staat Maria Magdalena in alle vroegte op en begeeft zich naar het graf. Vrouwen spelen de hoofdrol in de verhaaltraditie rond de verrijzenis. Op Johannes na, hadden alleen vrouwen het bij het kruis van Jezus uitgehouden: alle mannen hadden de benen genomen. En nu is het weer een vrouw die als eerste het initiatief neemt om naar het graf van haar dierbare meester en vriend te gaan. Zijn het niet de vrouwen die het leven in een door mannen gedomineerde Kerk telkens weer op gang trekken? “Het was nog donker”, preciseert de evangelist, en die duisternis wil meer zeggen dan alleen het ontbreken van daglicht. Maria ziet dat de sluitsteen van het rotsgraf is weggerold. Ontsteltenis! Zij rent naar Petrus en die geheimzinnige “meest beminde leerling” die de traditie met Johannes vereenzelvigt. “Ze hebben het lijk van de Heer uit het graf gehaald en ik weet niet waar ze het hebben neergelegd”. De beide leerlingen zetten het op een spurt, om het hardst, naar het graf toe. Pasen begint met een sprint.
De beminde leerling loopt het snelst. Bij aankomst geeft hij echter aan Petrus de voorrang het eerst de grafkamer te betreden. De eerste onder de apostelen moest ook de eerste getuige zijn van de verrijzenis. Petrus ziet de doeken waarin het lijk gewikkeld was, maar elk spoor van een lichaam ontbreekt. Als ook de beminde leerling het graf betreedt en hetzelfde in ogenschouw neemt, begint hij te geloven (Joh 20,8). Het is nog een aarzelend geloof. In dit stadium beseffen de leerlingen nog niet dat in de Schriften de opstanding van Christus uit de dood reeds voorspeld was. In de dagen die volgen zal de verrezen Heer in verschillende verschijningsscènes hun geest ontvankelijk maken voor het begrijpen van de Schriften Lc 24,45). Zo zal Petrus in zijn redevoering voor de mannen van Jeruzalem Psalm 16 citeren: “U zult mijn leven niet overlaten aan het dodenrijk en U zult uw Heilige geen bederf laten zien” (Hand 2,27; Ps 16,10).
Het feit dat het graf leeg is, betekent dat Jezus’ lichaam geen bederf heeft gezien. Dat is een andere manier om te zeggen dat Hij verrezen is uit de doden en naar zijn Vader is teruggekeerd.
De beweging of dynamiek van Pasen komt na de eerste dag van de week stilaan op gang. De voornaamste acteur is de verrezen Heer zelf. Hij raakt iedereen en alle regionen aan met zijn levenwekkende aanwezigheid. Gisteren daalde Hij neer in het dodenrijk om er alle mensen sinds de eerste Adam bij de hand te grijpen en weer tot leven te wekken. Vandaag wil de verrezen Heer ook ons aanraken om ons van onze angsten en van al wat in ons dood is te bevrijden. Hij wil ons doen opstaan tot nieuw leven, waarin alles blootgesteld wordt aan het Paaslicht van de Verrezen Christus. Want de dood is overwonnen en eeuwig, onvergankelijk leven licht aan. “Sta op, o mens. Laten we hier vandaag gaan, weg van de dood. Ik breng je terug naar je hart, naar onze bruidskamer die versierd is met deugden en waar het banket van de Eucharistie is klaargemaakt. Ik ben verrezen en ook jij bent bestemd te verrijzen. Laten we vol vreugde zijn. Alleluja!”
Broeder Guerric ocso Abdij van Prébenoît