Tekst en ondeericht februari 2026
OPEN CONTEMPLATIEF HUIS
LEERHUIS VOOR BIJBELSE SPIRITUALITEIT
38ste werkjaar 2025-2026
“IK GELOOF IN…”
BIJBELSE GRONDSLAGEN VAN ONZE GELOOFSBELIJDENIS
Romeinen 2, 1-16
Matteüs 12, 38-42
Duiding
Een oordelende God zint de hedendaagse mens, gesteld op autonomie, helemaal niet meer.
Het afwijzen van deze God leidde eigenlijk tot het afwijzen van God,
of anders gezegd, het afwijzen van God is misschien wel in de eerste plaats
het afwijzen van een oordelende God, die als hinderpaal voor vrijheid ervaren wordt.
Dit afwijzen houdt ook een loslaten in van een ethiek en een moraal
waarin een instantie verschijnt tegenover wie verantwoording moet afgelegd worden, een instantie die uiteraard een andere is dan deze van het ‘ego’
of deze van een gemeenschap, die in veel gevallen verschijnt als een collectief ego. Maar met het afwijzen van een oordelende God wordt ook een vergevende God verlaten en het gevolg daarvan zou wel kunnen zijn dat er maatschappij ontstaat
waarin vergeving ook niet meer aan de orde is.
De mens oordeelt en veroordeelt vanuit een wisselende ethiek
maar er is geen transcendent tegenover die voorwaarde kan inhouden voor de waarheid van het oordeel.
Zo wijst Rik Torfs in zijn vlot lezend boek Tijdgeest erop dat de wederzijdse toestemming van meerderjarigen
het enige morele criterium wordt om een seksuele daad goed te keuren.
Dat is nogal ruimer dan het ‘Bemin en doe wat je wil’ van de heilige Augustinus,
waarbij dus de liefde als criterium naar voor treedt
en daarbij de vraag kan gesteld worden wanneer er van liefde sprake is en wie of wat ons in staat stelt dat te bepalen.
Naast de drang naar autonomie en vrijheid
is ook de daardoor ontstane ontvoogding van ethiek van haar oorsprong een reden voor de afwijzing van een oordelende God.
Tekst en onderricht januari 2026
“IK GELOOF IN…”
BIJBELSE GRONDSLAGEN VAN ONZE GELOOFSBELIJDENIS
Bijbellezingen:
1 Korintiërs 15, 1-20
Johannes 11, 17-27
Duiding
Hoe wordt er in het Oude en in het Nieuwe Testament over verrijzenis gesproken? En in hoeverre is het spreken over de verrijzenis van Jezus de Christus anders?
Genesis 25, 8 Toen gaf Abraham de geest en stierf in gezegende ouderdom, oud en verzadigd van jaren, en hij werd met zijn voorvaderen verenigd.
Het verenigd worden met de voorvaderen is hier geen aanduiding van verrijzen en van het weerzien van de voorvaderen in een leven na de dood.
Het is een merkwaardige aanduiding voor het begrafenisritueel.
Bij en na de begrafenis was er in het oude Israël van dodencultus eigenlijk geen sprake, toch niet van een dodencultus die een verder leven na de dood voor ogen had.
Het lichaam werd niet gebalsemd om het te bewaren voor een nieuw leven. Men plaatste geen grafgiften noch spijzen.
Er was geen grafverering en geen dodenverering. Al te groot rouwmisbaar werd achterwege gelaten.
Van het raadplegen van de geesten van overledenen was geen sprake. De wet verbood dat uitdrukkelijk.
Een lijk werd als onrein beschouwd en wie ermee in aanraking was gekomen diende bijzondere en grote reinigingsriten te ondergaan.
Er viel dus voor en van de doden niets te verwachten.
Tekst en Onerricht november 2025
Js 45, 1-8
1 Zo spreekt Jahwe tot Kores zijn gezalfde, die Ik bij de rechterhand heb genomen, om volken voor hem neer te leggen
en koningen de gordels van de heupen te rukken, en voor hij komt de deuren te ontsluiten,
zonder dat een poort gesloten blijft:
2 “Ik zal voor u uitgaan, steilten maak Ik vlak voor u,
bronzen deuren zal Ik breken en ijzeren sluitbomen verpletteren. 3 Geheime schatten geef Ik u, voorraden die verborgen zijn,
zo zult gij erkennen dat Ik Jahwe ben, die u roept bij uw naam, de God van Israël. 4 Omwille van Jakob mijn dienstknecht, om Israël mijn uitverkorene,
heb Ik u bij uw naam geroepen, u een erenaam gegeven - en gij kende Mij niet. 5 Ik ben Jahwe en niemand anders, buiten Mij is er geen god.
Ik omgord u, - en gij kent Mij niet.
6 Zo zullen zij erkennen, van de opgang der zon tot aan haar ondergang, dat er niemand anders is dan Ik alleen: Ik ben Jahwe, en niemand anders.
7 Ik, die het licht vormt en de duisternis schept, die vrede maakt en onheil schept, Ik, Jahwe, ben het die dit alles doet.
8 Hemelen, laat uw hoogten druipen van gerechtigheid, en laat haar stromen uit het zwerk.
Aarde, open uw schoot en laat het heil ontbloeien en de gerechtigheid ontkiemen eveneens.
Ik, Jahwe, heb dat alles geschapen.
Tekst en Onderricht decmeber 2025
Gebed:
Geef ons Uw Woord, Heer,
en maak ons voor Uw Woord open en aandachtig.
Uw Woord waarin Gij U openbaart en wij ons ware wezen herkennen.
Uw Woord dat ons verruimt en verrijkt, ons inspireert tot het hoogste,
het meest menselijke, het goddelijke.
Uw Woord dat ons leidt
om scheppend en verrijkend in het leven te staan, liefdevol, vredevol en vreugdevol.
Uw Woord dat ons oproept om Uw Zoon te volgen
en deel te nemen aan het Koninkrijk. Geef dat wij er nooit verstoken van zijn. Amen.
Js 53, 1-12
1 Wie heeft er geloofd in wat wij hebben gehoord, en aan wie is Jahwe's arm getoond?'
2 Als een jonge plant schoot hij recht omhoog, en als een wortel die in dorre grond ontkiemt.
Zijn uiterlijk noch schoonheid waren het bekijken waard, hij was geen verschijning, die bewondering wekt.
Tekst en onderricht oktober 2025
“IK GELOOF IN…”
BIJBELSE GRONDSLAGEN VAN ONZE GELOOFSBELIJDENIS
Gebed:
Geef ons Uw Woord, Heer,
en maak ons voor Uw Woord open en aandachtig.
Uw Woord waarin Gij U openbaart en wij ons ware wezen herkennen.
Uw Woord dat ons verruimt en verrijkt, ons inspireert tot het hoogste,
het meest menselijke, het goddelijke.
Uw Woord dat ons leidt
om scheppend en verrijkend in het leven te staan, liefdevol, vredevol en vreugdevol.
Uw Woord dat ons oproept om Uw Zoon te volgen
en deel te nemen aan het Koninkrijk. Geef dat wij er nooit verstoken van zijn. Amen.
Js 63, 7-19
7 De blijken van Jahwe's trouw wil ik bezingen,
de roemvolle daden van Jahwe, alles wat Jahwe voor ons heeft gedaan,
zijn grote goedheid voor Israëls huis, het mededogen dat Hij ons bewees, en de vele blijken van zijn trouw.
8 Hij sprak: Zij zijn toch mijn volk, kinderen die hun woord van trouw niet breken. Hij is hun redder geweest 9 in al hun nood.
Niet een bode of een engel, maar Hij heeft hen zelf gered. In zijn liefde en zijn mededogen heeft Hijzelf hen verlost.
Hij heeft hen opgenomen en gedragen, in alle vroegere dagen. 10 Maar zij waren opstandig en bedroefden zijn heilige geest. Zo werd Hij hun tot vijand, Hij zelf streed tegen hen.