Tekst en Onderricht decmeber 2025





Gebed:
Geef ons Uw Woord, Heer,
en maak ons voor Uw Woord open en aandachtig.
Uw Woord waarin Gij U openbaart en wij ons ware wezen herkennen.
Uw Woord dat ons verruimt en verrijkt, ons inspireert tot het hoogste,
het meest menselijke, het goddelijke.
Uw Woord dat ons leidt
om scheppend en verrijkend in het leven te staan, liefdevol, vredevol en vreugdevol.
Uw Woord dat ons oproept om Uw Zoon te volgen
en deel te nemen aan het Koninkrijk. Geef dat wij er nooit verstoken van zijn. Amen.


Js 53, 1-12

1 Wie heeft er geloofd in wat wij hebben gehoord, en aan wie is Jahwe's arm getoond?'
2 Als een jonge plant schoot hij recht omhoog, en als een wortel die in dorre grond ontkiemt.
Zijn uiterlijk noch schoonheid waren het bekijken waard, hij was geen verschijning, die bewondering wekt.


3 Geminacht en gemeden werd hij door de mensen, man van smarten, met ziekte vertrouwd, een mens die zijn gezicht voor ons verbergt, geminacht en als niet de moeite waard beschouwd.
4 Waarlijk, het waren onze ziekten die hij op zich nam, en onze smarten, die hij heeft gedragen.
Wij echter beschouwden hem als een geslagene, door God gekastijd en vernederd. 5 Hij werd doorstoken om onze weerspannigheid, om onze zonden gebroken.
Hij werd gestraft, ons bracht het vrede,
en dank zij zijn striemen is er voor ons genezing. 6 Wij allen waren als schapen verloren gelopen, en ieder van ons was eigen wegen gegaan.
Maar op hem heeft Jahwe laten neerkomen de schuld van ons allen.
7 Hij werd gefolterd en diep vernederd, maar heeft zijn mond niet geopend, zoals een lam dat ter slachting geleid wordt.
En, zoals een schaap dat stom is voor zijn scheerders, heeft hij zijn mond niet geopend.
8 Door een gewelddadig vonnis werd hij weggenomen. Wie denkt nog over zijn bestemming na?
Toch is hij uit het land der levenden weggerukt, geslagen om de weerspannigheid van mijn volk.
9 Men gaf hem een graf bij de boosdoeners, en bij de rijken een laatste rustplaats, hoewel hij geen onrecht heeft begaan
en er in zijn mond geen bedrog is geweest.
10 Maar het heeft Jahwe behaagd hem ziek te maken en te breken. Waarlijk, als een zoenoffer gaf hij zijn leven.
Nakomelingen zal hij mogen zien, en lang blijven leven. Immers, wat Jahwe behaagde heeft zijn hand volvoerd.
11 Omwille van het doorstane lijden zal hij het licht mogen zien en met kennis verzadigd worden.
Mijn rechtvaardige dienstknecht zal velen rechtvaardig maken, doordat hij hun zonden draagt.
12 Daarom geef Ik hem zijn deel te midden van de velen, en samen met hun machthebbers verdeelt hij de buit,
omdat hij zijn leven prijsgaf totterdood, en zich bij de weerspannigen liet tellen.
Hij echter had de zonde van velen op zich genomen en kwam zo voor de weerspannigen op.

Duiding
In de geloofsbelijdenis wordt gezegd dat Jezus geboren is en dat Hij gekruisigd, gestorven en begraven is.
Dat zijn geen geloofspunten.
Dat zijn biografische gegevens van Jezus van Nazaret, historische gegevens, die wat Jezus’ dood betreft,
ook in niet-Bijbelse bronnen te vinden zijn
en waarvan de evangelies ons betrouwbaar inlichten,
ondanks de verschillen die hier en daar in de vier passieverhalen opduiken.

In de apostolische geloofsbelijdenis staat eenvoudig:
“die geleden heeft onder Pontius Pilatus, gekruisigd is, gestorven en begraven”.
Daar is – om het zo te zeggen – niets mee aan de hand.
Maar in de geloofsbelijdenis van Nicea lezen we in de Latijnse versie: “Crucifixus etiam pro nobis: sub Pontio Pilato, passus et sepultus est.” Vertaald luidt dat:
“Hij werd ook voor ons gekruisigd,onder Pontius Pilatus, heeft Hij geleden en Hij is begraven.”
Het ‘voor ons’ maakt van deze ‘mededeling’ meer dan een biografisch gegeven.
Dat maakt er een geloofspunt van.
En bij de betekenis daarvan dienen we stil te staan.
We volgen hierbij bijna op de voet wat Bernard Sesboüé schrijft in zijn boek over de geloofsbelijdenis, dat ons in dit werkjaar heel wat leerrijke materie aanlevert.

Als gesteld wordt dat Jezus van Nazaret, gelovig erkend als dé Christus, voor ons gekruisigd en gestorven is, dan heeft zijn dood een betekenis en is die betekenis wellicht ook in zijn leven te vinden.
Sterven voor is ‘je leven geven voor’.
Als dat de zin van Jezus dood is, dan is dat ook de zin van zijn leven:
‘leven voor’, ‘je leven geven voor’, ‘je leven wijden aan’.
Vooreerst zijn leven, zich helemaal geven aan en voor de Vader
als middel, als instrument van openbaring van wie God is, van Gods liefde. Zoals in het gebed, toegeschreven aan Franciscus van Assisi staat:
“Maak mij tot instrument van uw vrede.”
Vervolgens zijn leven, zich helemaal geven aan ons,
als de openbaring van Gods liefde, van God die ‘Vader’ is, de zijne en de onze,
opdat we – bewust van deze liefde en van ons kind zijn van God –
die liefde zouden beantwoorden in een liefdevol leven en daardoor de zin van ons bestaan zouden realiseren en volkomen vrede en vreugde zouden verwerven.
Daarmee is eigenlijk alles gezegd en Seboüé vat het zo samen: “Het kruis – dat is het ‘sterven voor’ – is op onze bekering gericht. Het kruis redt ons omdat het ons bekeert.”

Als executiemethode is de kruisiging wellicht een Perziche uitvinding.
De Romeinse redenaar Cicero vond het de “wreedste en weerzinwekkendste straf”,
die uren- of dagenlang lijden meebracht
en er ook op gericht was alle menselijke waardigheid aan de veroordeelde te ontnemen. Volgens de Joodse traditie was een gekruisigde door God vervloekt.
We kunnen nu onmiddellijk begrijpen hoe moeilijk het voor de eerste christenen was om in een gekruisigde mens de Zoon van God,
de Christus, een goddelijke openbaring te zien.
En hoe moeilijk het voor de allervroegste Kerk was om die gekruisigde als redder en heiland te verkondigen.
Paulus zegt nochtans uitdrukkelijk aan de Korintiërs:
Maar wij verkondigen een gekruisigde Christus,
voor de Joden een aanstoot, voor de heidenen een dwaasheid. (1,23)
Vergeten we daarbij niet dat ook de leerlingen zich ergerden aan het vooruitzicht dat Jezus zou lijden en verworpen worden. Zo’n Christus hadden ook zij niet voor ogen.
Ook de leerlingen van Emmaüs konden in de kruisiging
niets heilzaams ontdekken, maar alleen het schandelijke einde van een droom.

De Romeinse historici Tacitus en Plinius en de Joodse historicus Flavius Josephus berichtten over de kruisdood van Jezus.

Jezus werd door de Romeinen, door Pontius Pilatus, gevonnist en de reden daarvoor zal wel van politieke aard geweest zijn.
Voor de Romeinen waren Messias-kandidaten erop gericht
het Joodse koningschap te herstellen en het Romeinse gezag af te werpen.
Maar dat Jezus als Messias-kandidaat aan Pilatus overgeleverd werd is vooral de verantwoordelijkheid van de Sadduceeën,
de Joodse priesterklasse in Jeruzalem.
Het Godsbeeld dat Jezus bracht met de daarin vervatte anti-offertheologie, dus, de gedachte van een onvoorwaardelijk liefhebbende God,
die geen behoefte had aan offers om zijn liefde te bewijzen,
was natuurlijk voor een religie waarin offers een belangrijke rol speelden ondermijnend en een gevaar voor hun bron van onkomsten.
De Farizeeën hadden wellicht geen deel aan Jezus’ veroordeling. En het is natuurlijk compleet verkeerd om heel het Joodse volk met de verantwoordelijkheid voor Jezus’ dood op te zadelen, noch het Joodse volk van toen, noch de latere generaties.
We weten dat dit helaas wel gebeurd is met alle gevolgen vandien!

Wat dacht Jezus zelf over zijn dood? Welke zin gaf Hij er aan? Uit de lijdensvoorspellingen is duidelijk af te leiden dat Hij wist dat dit lot hem te wachten stond en Hij vergeleek zich dan ook
met profeten uit het Oude Testament die ook vervolging te verduren hadden en die vervolging hield Hij ook zijn leerlingen
als een voor hen zekere toekomstmogelijkheid voor.
Zijn optreden was wel niet uitdrukkelijk op het uitlokken van vervolging gericht, maar op de duur deed Jezus ook niets meer om die te vermijden.
Tijdens het Laatste Avondmaal gaf Hij echter wel een duiding van zijn dood
in wat we nu de ‘instellingswoorden’ noemen,
een gegeven dat de meeste exegeten als historisch beschouwen, hoewel de formulering van wat Jezus zei,
zoals we die in de evangelies en bij Paulus aantreffen, reeds een liturgische vormgeving verraden.
Brood en bloed zijn niet alleen symbolen voor het lichaam, maar voor de hele persoon en diens leven, voor zichzelf.
Het ‘voor ons’ komt hier uitdrukkelijk aan bod.
Zijn dood duidt Jezus als een zelfgave, een zelfgave uit liefde.
Hoewel ‘zichzelf offeren’, ‘zichzelf opofferen’ hierin kan beluisterd worden heeft Jezus’ zelfgave niets met een zondeoffer of zoenoffer te maken.
Maar hebben de eerste christenen dat dan niet in Jezus’ woorden beluisterd?
Hebben zij die woorden niet zo geïnterpreteerd?

We noteerden reeds dat de vroege Kerk moeite had met de verkondiging van een gekruisigde Christus.
Maar ze hadden wel een en ander om de kruisiging van Jezus anders te zien en te presenteren dan alle andere kruisigingen van misdadigers en opstandelingen.
Lucas schiet hier de hoofdvogel af! Het kan niet duidelijker:
23,40 Een van de misdadigers die daar hingen, hoonde Hem: 'Zijt Gij niet de Messias? Red dan uzelf en ons.' 40 Maar de andere strafte hem af en zei:
'Heb zelfs jij geen vrees voor God, terwijl je toch hetzelfde vonnis ondergaat? 41 En wij terecht, want wij krijgen wat we door onze daden verdiend hebben; maar Hij heeft niets verkeerds gedaan.'
Jezus is dus volkomen onterecht veroordeeld. Zijn vonnis is zelf een misdaad. Maar Hij heeft dat vonnis wel waardig en vrijwillig aangenomen en ondergaan. Hij is een martelaar, zoals eerdere profeten.
En Hij deed dat uit trouw aan zijn zending en vol vertrouwen op God, een vertrouwen dat in zijn gehoorzaamheid tot uiting kwam.

Vraag is of daarin reeds de gedachte verborgen lag
dat het lijden en de kruisdood van Jezus ‘de wil van de Vader’ was?
Bovendien las men al heel vroeg
de teksten van de lijdende dienaar in de profeet Jesaja,
om daarin een duiding voor Jezus’ dood te vinden…
Of is die gehoorzaamheid van Jezus alleen te begrijpen als trouw aan zijn zending waarbij Hij de consequenties daarvan onder ogen zag en aanvaardde.
Dat is wellicht het denken van de evangelies, van Paulus en de vroege Kerk.
Lucas benadrukt ook dat het zien van Jezus’ lijden aanzet tot bekering:
23,47 Op het zien van wat er gebeurd was, loofde de honderdman God en zei: 'Deze mens was waarlijk een rechtvaardige.'
48 Al het volk dat voor dat schouwspel samengestroomd was, keerde terug toen zij aanschouwd hadden wat er gebeurd was, en sloegen zich op de borst.
Bij Marcus en Johannes is de kruisdood de openbaring van wie Jezus is, namelijk de openbaring van Gods liefde en schenker van Gods geest waardoor de mens leeft.
Jezus is dus niet zomaar een gewone terdoodveroordeelde. Zijn sterven is deel van Gods heilsplan.
Daarom staan in de passieverhalen zoveel verwijzingen naar de Schriften. En – en dat is natuurlijk nu wel hét belangrijkste –
na die schandelijke dood volgt de verrijzenis. Is die dood het werk van mensen,
waardoor ze aantonen dat ze Gods openbaring in Jezus niet erkennen, zijn verrijzenis is het werk van God
waardoor God aantoont dat Jezus wel degelijk zijn openbaring is, wel degelijk de Christus en wel degelijk Zoon van God.
Hij is de openbaring en de brenger van Gods liefde en vergeving, van Gods liefde voor ons en zijn dood is er ook voor ons,
om een einde te maken aan onze gescheidenheid van God, dus ter vergeving van de zonden.
Niet dat daarvoor een bloedig zoenoffer nodig was,
maar wel, dat getoond wordt dat – zoals Paulus schrijft –
niets ons eigenlijk van God scheiden kan
en God de door ons gedachte en daarom beleefde gescheidenheid wil bannen door in en met en door Jezus een weg aan te bieden om die eenheid te beleven: in de navolging sterven en verrijzen,
de oude mens laten sterven, de nieuwe mens laten opstaan.
Zo heeft de oude Kerk het verder ook begrepen:
in incarnatie en kruisdood biedt God zichzelf aan om ons te bevrijden. Ze zijn de openbaring van Gods liefde,
van wie Hij is en wat Hij van ons wil, dwz, wat leven betekent. Maar langzaam aan en vooral vanaf de 17de eeuw won de gedachte,
dat men voor Gods liefde en vergeving iets moest doen, weer aan kracht. De mens moet aan God een offer aanbieden.
Jezus bood zichzelf als het door een wraakzuchtige God geëiste zoenoffer aan. Hij boette onze zonden uit.
We beleefden daardoor een terugval naar de oude offertheologie,
die door profeten en in het verhaal van het offer van Isaak al tenietgedaan was!
De christelijke offertheologie houdt in dat Gods bestaan een ‘bestaan voor’ is en het leven waarin Hij zich openbaart altijd een ‘leven voor’ is
en de mens de zin van zijn bestaan realiseert als hij aan dat leven deelneemt, dus zijn leven – zijn bloed – in liefde geeft.
Het enige offer dat telt is zich in liefde geven,
een zelfgave die soms het lijden en de dood als uiterste consequentie heeft.

Het enige offer dat telt is dat van de bekering en de navolging. En alleen liefde kan lijden zinvol maken.
Bekering en navolging kan dan ook niet het gevolg zijn van een gekwetst zelfbeeld dat zichzelf wil herstellen, van een absoluut verkeerd zondebesef,
maar – denk maar aan Zacheüs – van het ervaren van liefde,
van het aanschouwen en zien van een liefde die zich tot het uiterste geeft, van de verleidende waarheid en schoonheid van het kruis.
Mc 8, 31-37

31 Daarop begon Hij hun te leren, dat de Mensenzoon veel zou moeten lijden en door de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden verworpen worden en ter dood gebracht, maar drie dagen later verrijzen.
32 Hij sprak deze woorden zonder terughoudendheid.
Toen nam Petrus Jezus terzijde en begon Hem ernstig daarover te onderhouden. 33 Maar zich omkerend keek Hij naar zijn leerlingen
en voegde Petrus op strenge toon toe: “Ga weg, satan, terug!
want gij laat u leiden door menselijke overwegingen en niet door wat God wil.” 34 Nadat Hij behalve zijn leerlingen ook het volk bij zich had laten komen, sprak Hij tot hen: “Wie mijn volgeling wil zijn, moet Mij volgen
door zichzelf te verloochenen en zijn kruis op te nemen. 35 Want wie zijn leven wil redden, zal het verliezen.
Maar wie zijn leven verliest omwille van Mij en het Evangelie, zal het redden. 36 Wat voor nut heeft het voor een mens de hele wereld te winnen
als dit ten koste gaat van eigen leven?
37 Wat toch zou een mens in ruil kunnen geven voor zijn leven?
Muziek: https://www.youtube.com/watch?v=jKpGcrFQAyw&list=RDjKpGcrFQAyw&star t_radio=1
O memoriale mortis Domini! panis vivus, vitam praestans homini!
Praesta meae menti de te vivere et te illi semper dulce sapere.
Lezing:

Wij moeten eerlijk toegeven dat ‘regressie’ het beste woord is
om aan te geven wat er zich met betrekking tot de interpretatie van het begrip ‘offer’
in de loop van de eeuwen in de Kerk heeft voorgedaan.
Theologie en pastoraal lieten de christelijke nieuwheid van het begrip varen en vielen terug op het algemene offerbegrip uit de godsdienstgeschiedenis.
Ze trokken eenzijdig de aandacht op de bloederigheid van het offer
en spraken van een ‘zoenoffer’, wat een wraakzuchtige God veronderstelt.
Zo was de gekruisigde niet meer de uitdrukking van Gods overrompelende liefde, maar degene die door de ijzeren logica van Gods rechtvaardigheid werd gestraft. Maar op de vraag waarom Jezus’ bloed moest vloeien om de wereld te redden,
is er slechts één antwoord, zonder omwegen:
omdat de zonde en het geweld van de mensen
de rechtvaardige en de heilige die Jezus was, hebben verworpen.
De mensen hebben Jezus ter dood gebracht, God heeft hem het leven geschonken. Gods liefdesplan heeft de overmaat aan kwaad omgevormd tot een overmaat aan goed.

(Bernard SESBOÜÉ, Ik geloof. Een uitnodiging voor de 21ste eeuw)