Tekst en Onderricht op 20 januari 2026
Onderricht op 20 januari 2026
Inspiratie voor het onderricht wordt in dit werkjaar o.a. geput uit Michael CASEY, ocso, Naar God. Inleiding tot de praktijk van het gebed, Lannoo-Tielt, Abdij Bethlehem, 2007.
In de evangelielezing van zondag laatst, de 2de zondag door het jaar, wordt Jezus door Johannes de Doper aangeduid
als het Lam God dat de zonde van de wereld wegneemt.
De ‘zonde van de wereld’ kan gezien worden
als vervreemding van ons diepste wezen en van God waardoor we niet meer als totaal liefdevolle, vredevolle en goddelijke mensen kunnen leven.
Johannes maakt ook duidelijk hoe de zonde weggenomen wordt, hoe dus aan vervreemding een einde gemaakt wordt.
Jezus doopt ons met heilige Geest, Hij schenkt ons de Geest, de ingesteldheid, de gezindheid die in Hem is
en waardoor Hij in totale eenheid met God leeft.
Wat wij moeten doen is ons van die Geest in ons bewust worden en voor Hem in ons bewustzijn ruimte creëren.
tekst en Onderricht op 6 januari 2026
Onderricht op 6 januari 2026
Inspiratie voor het onderricht wordt in dit werkjaar o.a. geput uit Michael CASEY, ocso, Naar God. Inleiding tot de praktijk van het gebed, Lannoo-Tielt, Abdij Bethlehem, 2007. Deze keer niet.
Zondag eindigt met het feest van het doopsel van de Heer de kersttijd, de tijd waarin we het Christusmysterie vieren.
Kerstmis zelf, het feest van de Heilige Familie, het feest van de Moeder Gods,
het feest van de Openbaring of Epifania en het feest van het doopsel van de Heer, maken ons in deze dagen bewust van dit mysterie
en roepen ons op erin te geloven en door dat geloof ons leven te laten omvormen. Anders gezegd: we worden geroepen om deel te nemen aan het Christusmysterie.
Het Christusmysterie laat ons ervaren en beleven dat God zich in alles en allen openbaart.
Wij zijn ons van die openbaring bewust en weten ook
dat die openbaring door Gods menswording ook betekent
dat we één zijn met God en geroepen zijn om te delen in zijn wezen. God is in ons en daarover schrijft de apostel Johannes:
Dat Hij in ons woont weten we door de Geest die Hij ons gegeven heeft. (1 Joh 3) De wijzen uit het oosten in het geboorteverhaal van het Matteüsevangelie erkennen in de mens de aanwezigheid van God,
Tekst en Onderricht op 2 december 2025
Onderricht op 2 december 2025
Inspiratie voor het onderricht wordt in dit werkjaar o.a. geput uit Michael CASEY, ocso, Naar God. Inleiding tot de praktijk van het gebed, Lannoo-Tielt, Abdij Bethlehem, 2007.
De advent is een hoogst spirituele tijd, waarvan ik de magie het best verwoord vind
in enkele versen van Felix Timmermans, zoals:
Heb dank dat Gij mijn weemoed wijdt en zegen ook zijn vruchten.
Een ganzendriehoek in de luchten; nu komt de wintertijd.
Ik hoor U door mijn hart en door de rieten zuchten. Ik ben bereid.
En ook:
De blaadren rijzen door de stugge nevel er zijn geen klanken meer, er is geen lied
slechts in het dorre riet een vroom geprevel…
Nu komt de tijd dat men naar binnen ziet.
In beide gedichten uit de poëziebundel Adagio,
is er sprake van ‘riet’, maar ook van ‘weemoed’.
De bepalingen die door AI geleverd worden over weemoed bevredigen me niet, behalve dat men het er heeft over een ‘onvervuld verlangen’.
Maar in een adventslied zingen we:
Mijn hart weet dat ons oud verlangen weldra vervulling vindt.
Tekst & Onderricht op 16 december 2025
Onderricht op 16 december 2025
Inspiratie voor het onderricht wordt in dit werkjaar o.a. geput uit Michael CASEY, ocso, Naar God. Inleiding tot de praktijk van het gebed, Lannoo-Tielt, Abdij Bethlehem, 2007.
We kunnen anderen beslist ervan overtuigen hoe heilzaam mediteren is en waarom meditatie – als vorm van contemplatief bidden –
ons datgene bijbrengt wat ieder gebed tot een echt gebed maakt en niet louter tot het lezen van een tekst, een intentieverklaring, een verzuchting of het creëren van een religieuze ambiance.
Want wat echt noodzakelijk is voor een gebed
is een aandachtig aanwezig zijn met een open geest en een open hart, met een bevrijde gerichtheid op de aanwezigheid van de Andere.
We kunnen anderen aanleren hoe men zich daarvoor klaarmaakt. Maar we kunnen anderen toch niet leren bidden,
hoewel de leerlingen aan Jezus uitdrukkelijk de vraag naar gebedsonderricht stelden.
Tekst en Onderricht op 18 november 2025
Onderricht op 18 november 2025
Inspiratie voor het onderricht wordt in dit werkjaar o.a. geput uit Michael CASEY, ocso, Naar God. Inleiding tot de praktijk van het gebed, Lannoo-Tielt, Abdij Bethlehem, 2007.
In onze meditatie duiken vaak dagdromen en fantasieën op.
Die dagdromen en fantasieën kunnen de vertaling van verlangens en behoeften zijn. Er is het verlangen om onkwetsbaar te zijn,
maar ook om een integer of terug een integer mens te zijn en te worden, een mens wie men niets verwijten kan, niets meer verwijten kan.
Er is het verlangen naar vergeving.
Misschien is er ook het onuitgesproken verlangen
om eens lekker alle remmen los te mogen en te kunnen gooien. Uiteraard is er het verlangen om bevestigd en goedgekeurd te worden.
Mensen dromen vaak over hun eigen uitvaart
en fantaseren zich daarbij wat er van hen gezegd zou kunnen worden aan erkenning en waardering …
Wellicht is er soms het brandende verlangen om heel intiem met iemand te kunnen zijn, om één te mogen en te kunnen zijn met.
Anselm Grün stelde ooit dat in al die verlangens het verlangen naar God zich schuilhoudt,
het verlangen naar volkomen vrede en vreugde.