Tekst en Onderricht dinsdag 9 juni 2026




dinsdag 9 juni 2026
“EEUWIG LEVEN”
“Grijp het eeuwige leven. Daartoe zijt gij geroepen.” (1 Tim 6, 12)


1 Timoteüs 6, 11-16
Johannes 3, 13-18

Helemaal op het einde van de geloofsbelijdenis is er sprake van het ‘eeuwig leven’.
Het klinkt als een orgelpunt, een waardige finale
waar als het ware naartoe ‘geleefd’ werd.
In de apostolische geloofsbelijdenis lezen we:
‘Ik geloof in het eeuwig leven’.
In de geloofsbelijdenis van Nicea daarentegen:
‘Ik verwacht het leven van het komend Rijk’.
We komen straks op dat onderscheid terug,
maar duidelijk is hier dat ‘verwachten’ synoniem is van ‘geloven’
en wel in de betekenis van ‘vertrouwen’, ‘vertrouwen op’.
Het leven waarvan in de geloofsbelijdenis sprake is
verschijnt als het doel van ons leven, van ons geloofsleven.
Het is de reden van de incarnatie, van de zending van Christus,
van het hele Christusgebeuren en heilsgebeuren
dat in de geloofsbelijdenis aan bod komt.
Het is datgene waar het God om te doen is,
datgene wat God wil voor de mens.


God is liefde en liefde kunnen we duiden
als het verlangen naar het leven van de geliefde
en het opnemen van verantwoordelijkheid voor dat leven.
Het is deze liefde waarover Jezus het heeft
in zijn nachtelijk gesprek met Nicodemus.
‘Leven’ is één van de hoofdbegrippen van het Nieuwe Testament
en eigenlijk ook van het Oude Testament
dat immers een getuigenis vormt van het geloof in een God
die zich voortdurend bekommert om het leven en welzijn 
van zijn uitverkoren volk en van de mensheid.

‘Leven’ is zeker een hoofdbegrip in het Johannesevangelie
waar we het woord 21x aantreffen en 15x in combinatie met ‘eeuwig’.
Bij de synoptici draagt het begrip ‘Rijk Gods’ 
een bijna identieke betekenis als ‘eeuwig leven’
zoals dat blijkt in de formulering van de geloofsbelijdenis van Nicea:
‘Ik verwacht het leven van het komend Rijk.’
‘Leven’ verwijst hier niet naar het aards-lichamelijke bestaan.
Het is een grote evangelische levenswet 
- vermeld in én de synoptische én het Johannesevangelie –
dat we precies dit leven moeten verliezen en loslaten om te leven.
Kernachtig samengevat: ‘Sterf en word!’
‘Leven’ verwijst naar iets dat radicaal anders is dan het leven hier-en-nu,
maar het vervelende is dat we dat radicaal andere niet kunnen denken en voorstellen
en er niet kunnen over spreken zonder beroep te doen op wat we kennen
zonder terug te vallen op wat we weten en ervaren in dit leven hier-en-nu.
Het is zoals het spreken en denken over en het zich voorstellen van buitenaards leven.
‘Eeuwig’ duidt ook geen tijdsduur aan zoals wij die kennen en ervaren.
Het heeft meer te maken met een niet voorbijgaand nu,
hetgeen voor ons ook weer niet ervaarbaar en te kennen is.

Paulus spoort Timoteüs aan om het ‘eeuwige leven’ te grijpen.
In het evangelie van Johannes wordt duidelijk gesteld 
dat we dat eeuwige leven verwerven door geloof in Jezus Christus
en dat dit geloof het ware geloof in God is.
Geloven is de wijze waarop we het leven grijpen.
Kan het weten van wat geloven nu betekent
ons dan ook duidelijk maken wat ‘eeuwig leven’ betekent?
Bij Johannes komt Jezus Christus naar voor als de schenker van het leven,
en wel van het leven dat Hij in zich draagt
en dat zich uit in zijn optreden, in zijn ‘werken’ en woorden,
maar dat zich ten volle toont in zijn sterven, dus in zijn verrijzen.
Geloven in de verrijzenis is geloven in het eeuwig leven.
Leven is deelnemen aan het leven dat Jezus van eeuwigheid bezat en in Hem is.
Het is deelnemen aan zijn wezen, zijn bestaan, aan zijn goddelijk zijn,
het is deelnemen aan zijn verrijzenis, aan zijn verheerlijking.
Het is dus leven in eenheid met God door de gave van de Geest,
waardoor Vader en Zoon inwonen.
Jezus heeft het in zijn afscheidsrede over
een ‘volkomen vrede en vreugde’
en ook Paulus schrijft aan de Romeinen 
dat het Rijk Gods ‘vrede en vreugde door de Geest’ betekent.
Het leven is ook gekenmerkt door de vergeving van de zonden
hetgeen niets anders betekent 
dan een herstel van de oorspronkelijke eenheid tussen God en mens,
of ook wel een volledig beantwoorden aan wie men in wezen is,
een totaal zichzelf zijn.

‘Leven’ is de totale ervaring van eenheid met Christus in ons,
het is volop broeder of zuster van Jezus zijn, volop kind van God.
Het is de totale ervaring van God, kennen wat onkenbaar is,
zien wat niet te zien is en wat men als sterveling niet kan zien.
Paulus zegt dat we God hier alleen maar versluierd, beperkt kunnen kennen en zien.
In de Bergrede zegt Jezus dat het zien van God weggelegd is
voor wie zuiver van hart zijn, leven met een zuivere ingesteldheid.
Dat ‘zien’ – dat deel uitmaakt van het leven – is geen statisch kijken,
maar een beleving.
Dat ‘eeuwig’ leven is toekomstig,
maar ook hier en nu ook al ten dele aanwezig,
en ook nu al ten dele ervaarbaar als men er voor kiest, als men het ‘grijpt’,
als men van verwachting en verlangen verantwoordelijkheid maakt,
als men er nu wil aan deelnemen door te leven met de gezindheid 
die in Christus Jezus was.
Die houdt dus een loslaten van dit leven hier-en-nu is
begrepen als een streven naar bevrediging, beveiliging en bevestiging van het ego.
Dit sterven maakt van mensen in deze wereld ook echt goddelijk levende mensen.

Lezing: 

Het eeuwige leven is de volle openbaring van wat nu al verborgen aanwezig is.
Het eeuwige leven is: deelhebben aan het leven van God,
dat wil zeggen intreden in de uitwisseling van liefde tussen de drie goddelijke personen.
Het eeuwige leven is: door de gave van de Geest 
volop leven als broeders en zusters van de Zoon en als kinderen van de Vader.
Het verschil met wat we nu beleven,
is dat we dan God van aangezicht tot aangezicht zullen zien.
Voor spirituele personen bestaat de gemeenschap van leven
in een voortdurende uitwisseling van kennis en liefde.
Iedereen weet uit ervaring
hoe belangrijk het bij dit soort uitwisseling is dat je de beminde ziet.
Hem zien, horen, aanraken, 
het is noodzakelijk omdat wij lichamelijke wezens zijn.
Wat via onze zintuigen plaatsgrijpt, kan echter ook worden toegepast
op spirituele vormen van zien, horen en aanraken.
God kennen en uit Hem leven kan worden samengevat in: God zien.
Wij zullen God zien en het ‘Rijk van God’ geschaard rond zijn Zoon,
verrezen tot heerlijkheid van de Vader.

(Bernard SESBOÜÉ, Ik geloof. Een uitnodiging voor de 21ste eeuw)