Tekst en Onderricht op 16 juni 2026
Onderricht op 16 juni 2026
Inspiratie voor het onderricht wordt in dit werkjaar o.a. geput uit Michael CASEY, ocso, Naar God. Inleiding tot de praktijk van het gebed, Lannoo-Tielt, Abdij Bethlehem, 2007.
Ons gebed en onze beleving ervan en ons mediteren en onze beleving daarvan,
staan niet los van ons ‘leven’ en worden er door gekleurd.
Ons leven is een verhaal.
Ieder mens is een uniek verhaal,
een unieke complexiteit van ervaringen.
Willen we iemand echt kennen en dus weten wat iemand beweegt en bezielt, dan moeten we het verhaal achter de persoon kennen, het beluisteren.
In dit verhaal steken ongetwijfeld schitterende ervaringen, maar ook verschrikkingen die littekens nalaten.
Ieder mens draagt littekens.
En uiteindelijk kennen we alleen zelf ons eigen verhaal helemaal. Niet ieder hoeft het hele verhaal te kennen.
Maar als we ooit afwillen van een gevoel van verworpenheid, van niet aanvaard en bemind zijn,
- waardoor we vaak voor verdeeldheid zorgen –
dan moeten we wel eens ons verhaal kwijt kunnen,
het verhaal dat zich kan verbergen achter een opgewekt en evenwichtig uiterlijk.
Het vertellen van het verhaal is gericht op aanvaarding
en verwacht iemand met een werkelijk luisterend aandachtig oor, niet iemand die het verhaal analyseert
en onmiddellijk wil komen aandraven met antwoorden en oplossingen. De eerste taal van God is stilte.
Het eerste antwoord dient ook stilte te zijn: geen antwoord dus. Ook ons gebed is deel van ons verhaal,
ons geestelijk innerlijk avontuur met God, onze relatie met Hem, en daarin het bewustzijn van onze zondigheid en ons falen.
Weinigen zijn in staat over eigen falen te spreken.
Praten over je ziekte of over je slachtoffer zijn of over je trauma’s,
dat kan je nog identiteit verschaffen, anderen vertederen.
Eigen falen en zondigheid
komen in praatprogramma’s en getuigenissen niet aan bod.
Maar dat complex is wel degelijk onderdeel van ons verhaal.
En weinigen zijn eigenlijk in staat onbevangen en echt en betrouwbaar naar dat onderdeel van het verhaal bij anderen te luisteren,
een onderdeel dat wel degelijk de rust van ons mediteren kan verstoren.
Waar en bij wie vinden we dat luisterend oor? Waar is het luisterend oor van Christus te vinden?
Waar is voor wie naar God wil zoeken een veilig huis te vinden?
Waar vinden mensen een ‘zielzorger’? Een echte ‘anam cara’ (*) (AC)?
Die AC dient in staat te zijn een spiritualiteit aan te bieden die noch voorkomt noch gericht is op rede en wilskracht, maar die beantwoordt aan wat in het hart leeft.
Meditatie beschouwen als een wilskrachtige daad is niet zo heilzaam.
Er wordt door de AC geluisterd naar het diepste verlangen
en die komt niet onmiddellijk aandraven met technieken en systemen. Dat luisteren kan bovendien een inkijk in het hart opleveren,
een doorzichtigheid, een openheid creëren.
Ieder heeft nood aan zo’n moment van doorzichtigheid en openheid,
een moment waarin geopenbaard wordt wat werkelijk in ons leeft. En in ons is de Geest van God met - zoals Paulus zegt - ‘onuitsprekelijke verzuchtingen’. (Romeinen 8,26)
Het is het moment van wat Laurence Freeman ‘het eerste zicht’ noemt, het moment van ‘illuminatie’, van verlangen, van aanraking,
van inzicht dat uiteraard iets anders is dan redelijk inzicht. Dat moment herinneren is van belang als we twijfelen, verward zijn, dienen te herbeginnen.
Een AC kan ons bij zo’n moment brengen of het helpen herinneren.
Dat zou kunnen als er iets gezegd wordt over concrete beleving van spiritualiteit, niet als een voorstelling van een reeks inspanningen of technieken,
maar als een bescheiden indicatie hoe je je diepste verlangen kunt realiseren. Een ware leefregel gehoorzamen is eigenlijk je hart volgen.
Belangrijker dan iemand die raad en onderricht geeft is iemand die gezel is en daarbij laat zien dat die ook
iemand met een verhaal is, een verhaal met zondigheid en falen. De ware geestelijke gezel is luisterbereid en eerlijk,
onderneemt geen poging tot manipulatie (veel ‘raadgeving’ is dat wel eens!)
en trekt ook geen façade op van alwetendheid.
Maar door luisterbereidheid en openheid kan die spiegel van het hart worden.
Wie als dusdanig te vertrouwen is kan helpen
om innerlijke niet uitgesproken belemmeringen te zien en tot aanvaarding ervan te komen.
Dan kan de gezel ook uitdagen,
een weg naar vooruitgang voorstellen die zelf niet gedacht en verwacht werd. Bij ernstige besluitvorming in het leven kan dat belangrijk zijn.
De AC kan ons bovenal het inzicht bijbrengen dat al ons falen en al onze zondigheid nietig is in vergelijking met Gods liefde.