Onderricht op 15 september 2026


Onderricht op 15 september 2026
Inspiratie voor het onderricht wordt in dit werkjaar o.a. geput uit de werken van John Main.

Alle vormen van authentieke spiritualiteit
hebben hun oorsprong in een verlangen naar transcenderen, het overstijgen van dit beperkte bestaan,
van een bestaan dat aangevoeld wordt als niet echt,
in de zin van niet uiteindelijk en niet helemaal waarachtig. Het is eigenlijk een verlangen naar eenheid met God.
Ook achter het verlangen om te gaan mediteren gaat dus dat verlangen schuil, zoals dat bij zovele verlangens in het leven het geval is,
zonder dat we daar altijd van bewust zijn
en ook zonder dat we dat altijd durven bekennen.
Zo weten we dat achter het motiverende verlangen
om iets te realiseren of om een prestatie neer te zetten
zo dikwijls het verlangen schuilgaat om zich een identiteit te verwerven en daarachter verbergt zich dan weer het verlangen naar erkenning, naar aanvaard en bemind worden,
het verlangen waarvan de vervulling ons diepe vrede en vreugde schenkt. Dat verlangen naar die volkomen vrede en vreugde is geen egoïsme,
het is het roepen en trekken van God in ons naar eenheid met Hem. In het Matteüsevangelie lezen we dat Jezus zegt:
Komt allen tot Mij die uitgeput zijt en onder lasten gebukt, en Ik zal u rust en verlichting schenken.


Het is een oproep om alle valse geluksprogramma’s stil te leggen
en te beseffen dat ware vrede en vreugde gelegen is
in het actief instemmen met het feit dat we een identiteit hebben en dat we aanvaard en bemind zijn met al onze onvolkomenheid. Dat is een subversieve oproep en een subversief besef:
het haalt ons gewone doen en laten overhoop
en ook een cultuur die opgebouwd is vanuit die valse geluksprogramma’s.
Mediteren is een subversieve activiteit.

De methode is de eenvoud zelf en ondertussen goed gekend.
De nadruk dient daarbij niet zozeer te liggen op wilskrachtige concentratie, maar wel op een gerichtheid van geest en hart,
een instemmen met de liefhebbende aanwezigheid.
Ons gebedswoord en het herhalen daarvan drukt onze gerichtheid uit en dient om die gerichtheid aan te houden.

Want we weten dat er kapers op de kust zijn, verstrooiingen. We moeten ze niet als problematisch beschouwen,
want dan schenken we ze teveel emotionele aandacht. We kunnen ze constaterend aanvaarden en negeren, loslaten, er geen aandacht aan schenken.

Mediteren is verstillen in de zin van ‘ophouden met’.
We houden op met praten, met bewegen, met rondkijken,
met luisteren naar wat rondom ons gaande is en gezegd wordt.
En we houden ook op met denken, met het maken van zorgen en strategieën, met het maken van plannen. We houden op met dromen en fantaseren.
De mediterende mens is eigenlijk het beeld van de mens
die ophoudt met zijn jachtig en veroverend schendend gedrag.
Men kan dit verstillen beschouwen als een wilskrachtige inspanning te voltrekken met een zeer ernstig gezicht.
Maar eigenlijk is het echte verstillen
een instemmen met tot stilte gebracht te worden. Wat ons tot stilte brengt is het verlangen,
de eerste aanraking van en ontmoeting met het goddelijke in ons.

Een leven waarin we het mediteren ernstig nemen kan niet zonder een levenswijze waarin we ook
op vele andere vlakken leren verstillen, verminderen, versoberen.
Misschien moet dat verstillen zelfs ook
in ons zogenaamd spiritueel bezig zijn en denken plaatsgrijpen,
vooral als dat bezig zijn en denken iets is wat ik doe om identiteit te verwerven.

In de Bijbel komt dat verstillen veel aan bod in de wijsheidsliteratuur als een oproep tot luisterbereidheid voor wat gezegd zal worden.
Verstillen is hetgeen komt vóór de theofanie, het verschijnen en spreken van God,
als we weten het: pas als de leerling klaar is, komt de meester. Dus: als de leerling verstild is.
Het verstillen maakt ons klaar voor de ontmoeting
op een dieper niveau van ons bewustzijn, in de diepte van onszelf, de plaats waarin God zelf aanwezig wil zijn in ons.
Het verstillen maakt ons klaar voor eenheid met God.
Het verstillen is een proces van ‘purificatio’ dat leidt naar ‘communio’.

We dienen ons verlangen ernstig te nemen, met oprechte bereidheid, met inzet, discipline en offerbereidheid,
de bereidheid om los te laten en achter te laten,
het loslaten van onze oude geluksprogramma’s
waarbij we ons een identiteit proberen te verwerven

en ons bemind en gewaardeerd proberen te maken.

We moeten wat meditatie betreft
ook leren loslaten wat verstrooidheid in de hand werkt, zoals we vóór het slapengaan dienen te vermijden
wat een goede nachtrust kan verstoren of inslapen belemmert, zoals overdadig eten en drinken, bepaalde TV-programma’s,
heftige discussies, emotionele gesprekken….
Ons hele leven moet eigenlijk in harmonie met ons gebedsleven verlopen. Ons verlangen vraagt om zorg en verantwoordelijkheid.