Homilie voor het hoogfeest van Pinksteren 24 mei 2026

Homilie voor het hoogfeest van Pinksteren 24 mei 2026


Ik zou jullie graag op dit hoogfeest van Pinksteren een waarheid vertellen en ik hoop dat jullie deze waarheid vertrouwen, dat jullie er in geloven.
Het is geen waarheid die ik zelf heb uitgedacht.
Het is een waarheid die aan mij ook is verteld en waarin ik geloof. Ik ervaar dat die waarheid waar is en ik tracht haar ook te beleven.

We hebben allen de Heilige Geest ontvangen.
Dat betekent dat God in ons is en dat de verrezen Heer in ons leeft. Hij is in ons de inspiratie, de kracht om een nieuw mens te worden, om een ander leven te leiden en mee te bouwen
aan een vredevolle en rechtvaardige wereld.
De nieuwe mens die we kunnen worden is geen andere dan Christus zelf zijn,
waardoor we God openbaren in ons leven.
We weten en geloven dat God – die in ons woont - liefde is
en dat we door onze medemensen en de schepping lief te hebben God openbaren, tonen wie God is.
Die liefde is zorg, verantwoordelijkheid, mededogen en barmhartigheid.

Lees meer...

Homilie voor de 7de paaszondag A 17 mei 2026

Homilie voor de 7de paaszondag A 17 mei 2026


Na de afscheidrede volgt in het Johannesevangelie vóór het passieverhaal het zgn. ‘hogepriesterlijk gebed’ van Jezus,
een gebed waarin Jezus de betekenis van zijn zending samenvat.
En die samenvatting kan dan nog eens samengevat worden in één woord: verheerlijking.
Als je bij dat woord zou denken aan rijkdom, macht, glamour en glitter, dan kan je meteen ook wel bedenken dat dit niet is
wat Jezus met ‘heerlijkheid’ en ‘verheerlijking’ bedoelt. Maar wat bedoelt Hij dan wel?
Vooreerst zegt Hij dat Hij God heeft verheerlijkt
door te doen wat God Hem heeft opgedragen, door zijn zending te volbrengen. Hij is gekomen om de liefde van God te openbaren,
om te verkondigen met woord en daad dat God liefde is, om de waarheid over God bekend te maken,
om duidelijk te maken wat God voor ons en van ons mensen wil.

Lees meer...

Homilie voor de 5de paaszondag A 3 mei 2026

Homilie voor de 5de paaszondag A 3 mei 2026

Handelingen 6, 1-7
Psalm 33
1 Petrus 2, 4-9
Johannes 14, 1-12

De evangelielezing van deze 5de paaszondag
is een deel van Jezus’ afscheidsrede in het evangelie van Johannes. Dit deel bevat een sterke oproep tot geloof, tot vertrouwen.
Dat vertrouwen staat tegenover angst, innerlijke onrust, onrust van het hart. Die onrust is het gevolg van een verkeerd emotioneel denken, namelijk,
dat het heengaan van Jezus gescheidenheid en eenzaamheid met zich meebrengt, verlatenheid in een vijandige wereld, in een leven vol bedreiging.
Jezus wijst dit denken duidelijk af als onwaar.
Het denken over de wereld is wel correct
maar niet de vrees van gescheidenheid, eenzaamheid en verlatenheid. Tegenover die foute vrees plaats Jezus de belofte en dus de zekerheid dat Hij zal terugkeren en dat Hij de leerlingen zal opnemen,
opnemen in eenheid met Hem, in eenheid met God ook, want Hij en de Vader zijn volmaakt één.
Die eenheid en gemeenschap zal een innerlijke eenheid en gemeenschap zijn, zoals ook Jezus’ aanwezigheid een innerlijke aanwezigheid is.
Hij zal niet terugkeren en letterlijk ons handje vasthouden.

Lees meer...

Homilie voor de zesde paaszondag A 10 mei 2026

Homilie voor de zesde paaszondag A 10 mei 2026


Moederdag lijkt me een goede gelegenheid om God als een moederfiguur voor te stellen.
In het Oude Testament verschijnt barmhartigheid
als de belangrijkste eigenschap van God: God is barmhartigheid.
Het Hebreeuwse woord daarvoor is rechamim, het meervoud van rechem
dat ‘baarmoeder’ betekent.
Ons Nederlandse woord barmhartigheid past daar wonderwel bij, want barm is een afkorting van ‘baarmoeder’
en barmhartigheid is dus het gevoel van het moederhart boven de baarmoeder. Een moeder laat zich associëren met zorgende aanwezigheid,
met intense verbondenheid, met voortdurende waakzaamheid en betrokkenheid.
Toch moet een kind leren leven met afwezigheid van de moederfiguur
wil het het levensnoodzakelijke basisvertrouwen en zelfvertrouwen opbouwen.
Een moeder dient – zoals Jezus zegt – heen te gaan zonder haar geliefden verweest achter te laten.
Daardoor kan de aanwezigheid van de moeder verinnerlijkt worden. Dat is ook waar de Geest voor zorgt.
De Geest is de innerlijke aanwezigheid van Christus in ieder van ons. Wat de aardse lichamelijke Jezus was voor de leerlingen,
dat is de Geest voor ons, de Geest door wie Jezus ons nabij blijft
en waardoor wij kunnen deelnemen aan het leven van de Verrezene.

Lees meer...

Homilie voor de 4de paaszondag A 26 april 2026

Homilie voor de 4de paaszondag A 26 april 2026


De gelijkenis die we horen in de evangelielezing van deze zondag is gericht tot de farizeeën en bevat Jezus’ overtuiging
dat deze religieuze leiders van het volk niet (meer) te vertrouwen zijn. Geloven is vertrouwen in een verkondigde waarheid,
een waarheid over God en over de weg die leidt
naar een vredevol en vreugdevol leven en samenleven.
Maar die waarheid hebben de farizeeën en wetgeleerden in Jezus’ ogen ingepakt in tradities en regels, die de profeet Jesaja reeds afwees als ‘mensenwet’
en Jezus aanduidde als ‘ondraaglijke lasten’:
Gij legt de mensen haast ondraaglijke lasten op
en raakt zelf die lasten niet met één van uw vingers aan. (Lc 11, 46)
Wellicht is Christus in de verkondiging en de opgelegde vroomheid van de Kerk in de loop van de eeuwen ook nogal ingepakt geraakt.

Lees meer...