Homilie voor de 25ste zondag door het jaar A 20 september 2026
Homilie voor de 25ste zondag door het jaar A 20 september 2026
Eerste Lezing: Jes 55, 6-9 Evangelie: Mt 20, 1-16a
Uw gedachten zijn nu eenmaal niet mijn gedachten, mijn wegen niet uw wegen.
Deze Godspraak staat bij de profeet Jesaja
in een context van bekering en vergeving, van terugkeer en erbarmen: De ongerechtige moet zijn weg verlaten, de zondaar zijn gedachten; hij moet naar de Heer terugkeren - De Heer zal zich erbarmen –
terug naar onze God, die altijd wil vergeven.
Dit doet denken aan de parabel van de verloren zoon, waarin de oudste zoon zich ergert
aan de goedheid van de vader voor de teruggekeerde jongste zoon, die, naar het denken van die oudste zoon,
die goedheid helemaal niet verdient.
Zo denken ook de arbeiders van het eerste uur .
Ze menen dat die van het laatste uur de denarie helemaal niet verdienen en zijn ervan overtuigd dat hun denken juist is.
Maar Jezus wijst hun denken over rechtvaardigheid radicaal af, zet dat denken op zijn kop.
Dat blijkt al uit het feit dat hij de zaken voorstelt zoals dat in werkelijkheid nooit zouden gebeuren:
geen landheer ging nog voor één uur arbeiders inhuren;
nooit werden diegenen die het laatst op de werkvloer verschenen eerst uitbetaald;
nooit aanvaardde men werk zonder klare en duidelijke loonafspraken zoals dit het geval is bij de tweede en laatste groep arbeiders.
Alleen met de eerste groep wordt dat gedaan,
opdat die niet zouden kunnen klagen over onrechtvaardigheid. En de laatsten worden als eersten betaald opdat de eersten duidelijk zouden kunnen zien dat ze evenveel krijgen
en zich dus zouden kunnen ergeren aan die goedheid!
Veel denken en spreken over rechtvaardigheid en daaraan gekoppelde frustratie en ergernis,
wordt geïnspireerd door een ego dat zich bedreigd en benadeeld voelt en niet door een streven naar rechtvaardigheid.
Een uitspraak als ‘Dat is niet rechtvaardig!’
is soms uiting van pure na-ijver en jaloezie. Want in de parabel is geen sprake van onrecht!
De aarbeiders van het eerste uur ontvangen immers wat afgesproken is. Er kan geen ontevredenheid zijn omwille van ‘tekort gedaan’ worden.
Maar er is ontevredenheid omwille van het teveel voor de ‘ander’.
Echt rechtvaardigheidsgevoel is geen frustratie van het ego maar een zorg voor het leven en welzijn van anderen,
de zorg dat die waarlijk een menswaardig leven zou kunnen leiden. Liefdevolle zorg is het uitgangspunt van een evangelisch rechtvaardigheidsdenken.
Daarin is ook geen plaats voor het zgn. loon- of vergeldingsdenken waarbij gedacht wordt in termen van straf en beloning.
God zal en moet mij belonen met welzijn en geluk omwille van mijn goedheid, mijn correct gedrag!
In zo’n denken heeft goed doen en niets verkeerds doen als motief: beloond worden en zorgen dat je niet gestraft wordt.
Evangelische goedheid vindt haar oorsprong
in liefde en in eenheid met God, de bron van alle goedheid.
Maar God moet blijkbaar voor velen goed zijn zoals zij ‘goedheid’ denken. En Hij moet rechtvaardig zijn zoals zij rechtvaardigheid denken.
Hij moet de ene straffen en Hij moet de andere belonen!
Het is voor wie zo denkt onaanvaardbaar
dat Jezus met ‘zondaars van allerlei slag’ aan tafel gaat! Die ‘verdienen’ dat niet, integendeel!
In het rechtvaardigheidsdenken van de massa is geen plaats voor vergeving! Maar Gods liefde en vergeving moeten niet verdiend worden.
Zijn liefde is onvoorwaardelijk. Die wordt niet afgemeten!!