Homilie Pasen 2026

Abt Westvleteren klein

 

 

 

 

PASEN 2026

In het begin schiep God de hemel en de aarde.
De aarde was woest en leeg; 
duisternis lag over de diepte en een hevige wind joeg de wateren op.
Toen sprak God: ‘Er moet licht zijn!’
En er was licht. En God zag dat het licht goed was.
God scheidde het licht van de duisternis.

Zusters en broeders,

Deze nacht hebben we door de heilige Schrift gewandeld. De eerste woorden waren de allereerste woorden van de Bijbel – de aanvang van het scheppingsverhaal. Maar vóór deze wandeling doorheen de Schrift, hadden we al een ‘wandeling’ gemaakt achter de Paaskaars aan en tot driemaal toe klonk het: Christus, licht der wereld!  En wij beaamden: - zo weze het – Wij danken U God.
Pasen – Christus, licht der wereld! Het scheppingsverhaal en het paasverhaal zijn geen verhalen uit een ver verleden – ooit eens gebeurd. Het zijn verhalen die nog steeds geschieden – ook nu. In de Naardense Bijbel lezen we als eerste zin: Sinds het begin is God schepper – van de hemelen en de aarde.



De aarde was woest en leeg; duisternis lag over de diepte. ‘Was’ – neen, ‘is’. Als ik beelden zie van Gaza, van Kiev, van Beiroet, van Teheran – zusters en broeders ‘vandaag’ – als ik verhalen hoor van verwoeste levens door verwaarlozing, door misbruik van allerlei soort, door ikkigheid die relationeel leven onmogelijk maakt, door economische uitbuiting, door oorlogsgeweld, door natuurgeweld. De aarde is woest en leeg; duisternis ligt over de diepte. Als we ons de Schriftverhalen herinneren die we de laatste dagen mocht horen: Vanaf het zesde uur viel er een duisternis over het hele land, tot aan het negende uur toe. Omstreeks het negende uur riep Jezus met luide stem uit: ‘Eli, Eli, lama sabaktani! Dat wil zeggen: ‘Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten!’ De aarde was woest en leeg; duisternis lag over de diepte.

Toen sprak God: ‘Er moet licht zijn!’ En er was licht. En God zag dat het licht goed was. God scheidde het licht van de duisternis. Christus, licht der wereld!  God is Schepper. God is Vader. We hoorden deze nacht in het Evangelie, in de Blijde Boodschap: Plotseling ontstond er een hevige aardbeving en een engel van de Heer daalde uit de hemel, kwam naderbij, rolde de steen weg en zette zich daarop neer. Hij straalde als een bliksemschicht en zijn kleed was wit als sneeuw. Ook hier weer, God sprak: ‘Er moet licht zijn. En God scheidde het licht van de duisternis. Christus, licht der wereld! De schepping herschapen. Zongen we niet volgend op het scheppingsverhaal: Zendt Ge uw ademtocht, Uw werken ontstaan: het gelaat van de aarde vernieuwt Gij.

Christus, licht der wereld! Zusters en broeders, ook nù. In een interview zei onlangs een zuster, die leeft in een vluchtelingenkamp in Zuid-Libanon: Zal het dit jaar Pasen worden? Kan er licht komen in onze verwoeste wereld, in die doodse duisternis? Laten we luisteren naar de heilige Schrift zelf, naar getuigen als Johannes en Paulus.
Al in de proloog van het Johannesevangelie: Het ware licht dat iedere mens verlicht, kwam in de wereld. Hij was in de wereld; de wereld was door Hem geworden, en toch erkende de wereld Hem niet. Hij kwam in het zijne, maar de zijnen aanvaarden Hem niet. Het licht is in de wereld gekomen – deemoedig, met eerbied voor wie de mens is, uitnodigend. Maar wij, mensen, dienen het toe te laten, toelaten dat God ook nu scheiding maakt tussen licht en duisternis. Verder in het Johannesevangelie: Jezus richtte het woord tot hen en sprak: ‘Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, dwaalt niet rond in de duisternis, maar zal het licht van het leven bezitten. Jezus, de Opgestane, de Levende is bij ons, is in ons, is tussen ons in. Wij hebben zijn woorden. Hij toont ons steeds opnieuw een weg ten leven vanuit de duisternis naar het licht.

En dan Paulus in de brief aan de Efeziërs: Eens waart gij duisternis, nu zijt gij licht door uw gemeenschap met de Heer. Leeft dan ook als kinderen van het licht. De vrucht van het licht kan alleen maar zijn: goedheid, gerechtigheid, waarheid. Maar om daartoe te komen, hebben we zozeer nodig dat Christus ons verlicht, dat zijn licht ons hart binnendringt en onze blik verlicht. Broeders en zusters, dan staat Hij op in ons, dan is Hij de Levende in ons geleefde leven. Paulus vervolgt in de Efeziërsbrief: ‘Ontwaak, slaper, sta op uit de dood en Christus’ licht zal over u stralen.’ Christus’ licht komt binnen in onze duisternis, in de duisternis van onze wereld, als wij leven MET HEM. Pasen zegt: Hij is de Levende! Hij is MET ONS. Zoals voor Jezus de Vader de nabije Aanwezige was. De Vader is altijd bij Mij. Zo is Hij met ons, bij ons. Dat ‘met’, dat ‘bij’ is Pasen. Die aanwezigheid brengt licht binnen in de duisternis. Jezus zelf is de diepste duisternis binnengegaan: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten. Maar Jezus bidt die vraag tot zijn Vader. Hij heeft het ‘met de Vader’ nooit losgelaten. En Pasen is het antwoord van de Vader: het ‘met’ wordt hersteld. God is. De Vader is. En Jezus, de Zoon Gods, is – is blijvend - hier en nu – bij ons. Hij is de aanwezigheid van God bij ons, in ons. Zegt psalm 23 niet: Moest ik gaan door het dal van de schaduw des doods, kwaad zou ik niet vrezen. Want naast mij gaat Gij! 
Amen! Zalig Paasfeest!