Homilie Kerstnachtmis 2025

Foto 2 klein br. Guerric met St Bernardus

 

 

 

 

 

 

 

Kerstnachtmis Jes 9,1-6 Tit 2,11-14    Luc 2,1-14

God treedt binnen in onze geschiedenis: dat viert de Kerk in deze hoogheilige nacht van Kerstmis. Voordat in de loop van de 4de eeuw de feesten van Kerstmis en Epifanie hun intrede deden in de liturgie, vierden de christenen alleen Pasen, het unieke feest dat de volheid van het mysterie van het heil tot uitdrukking bracht. Het jongere feest van Kerstmis werd gezien als het begin van dat Paasmysterie, de aanvang van de ontlediging of kenose van God. God ontdoet zich van zijn gestalte van macht om geboren te worden als een klein en behoeftig Kind. Het licht van Kerstmis is dus een paaslicht. God die geboren wordt in ons mensenlichaam, doet ons herboren worden, ieder voor zich, tot zijn eigen leven.

Van deze intrede van God in de geschiedenis beschrijft Lucas de historische omstandigheden. Het gebeurde in het kader van een volkstelling die de keizer van Rome had bevolen. Ieder moest zich naar zijn vaderstad begeven om zich te laten registeren. De Zoon van God onderwerpt zich aan de politieke situatie van het joodse volk waartoe hij behoort. God die onze geschiedenis binnentreedt, treedt ook binnen in het hart van een gemeenschap. De ouders van Jezus behoren tot het armere deel van de joodse samenleving. Ondanks de gevorderde zwangerschap van Maria is er voor hen geen plaats in de gemeenschappelijke logeerplaats. In een grot, een voederplaats voor vee, wordt de Zoon van God geboren. Het zijn de herders, mensen die aan de onderkant bengelen van de sociale ladder, aan wie als eersten de geboorte van de Messias wordt aangekondigd en die op kraambezoek gaan. God heeft een voorkeur voor de kleinen en armen. “Heersers ontneemt Hij hun troon maar Hij verheft de geringen” (Lc 1,52).
Ook in onze tijd kiest God de zijde, niet van de rijken en machthebbers, maar van de armen: zij die die niets hebben waarop ze zich voor God kunnen beroepen.



In Jezus neemt God onze menselijke conditie op zich in alle dingen, en toont aldus dat alles wat ons mens maakt waardevol is in zijn ogen, de dood niet uitgesloten. Want terwijl God onze wereld binnentreedt door de geboorte van zijn Zoon, kan Hij hem alleen verlaten door de dood van zijn Zoon. Aldus is alles al aanwezig bij de grot van Bethlehem. Het kruis staat reeds geplant bij de kribbe. Weldra, zullen Maria en Jozef met het Kind moeten

vluchten voor Herodes en Jezus zal een rondtrekkende leraar en genezer zijn op de wegen van Galilea. Degene voor wie bij zijn geboorte al geen plaats was in de herberg, zal geen steen hebben om zijn hoofd op te laten rusten. De Arme die geboren werd op wat stro, zal een ellendige dood sterven tussen de misdadigers.
Maar alvorens Hij zijn armen uitstrekte op het kruis als teken van het nieuwe verbond tussen God en de mensen, gaf de Zoon van God zijn lichaam aan de mensen, zeggende*: “Neemt en eet allen hiervan want dit is mijn lichaam overgeleverd voor u”. Het lichaam dat uit de Maagd Maria werd geboren is hetzelfde wat ons in elke Eucharistie wordt gegeven om ons te genezen van de lepra van onze zonden.

Laten we ons verheugen in deze heilige Kerstnacht, met een vreugde die de wereld niet kent, samen Maria en Jozef, met de engelen en de herders, met Zacharia en Elisabeth, met Anna en Joachim, en met alle armen en nederigen. En dat ons leven mag bezield worden met een nieuw elan, omdat God tot ons is gekomen in het Kind van Maria, zodat wij weer naar God kunnen toegroeien tot een volledige gelijkenis met Hem.

Br. Guerric
Abbaye de Prébenoit