Tekst en Onderricht op 21 april 2026
Onderricht op 21 april 2026
Inspiratie voor het onderricht wordt in dit werkjaar o.a. geput uit Michael CASEY, ocso, Naar God. Inleiding tot de praktijk van het gebed, Lannoo-Tielt, Abdij Bethlehem, 2007.
Casey stelt dat mediteren het gevaar loopt
een achtenswaardig modeverschijnsel te worden,
vooral dan bij mensen die hun spirituele weg graag zelf in elkaar steken. Hoe aantrekkelijk het voor dezen kan zijn,
hoe te geëxalteerd meditatie lijkt voor anderen.
Maar meditatie is als ademen, in de zin van niets doen, niet iets doen wat aan te leren is,
waar bijzondere vaardigheden of talenten voor nodig zijn. Maar als je dat niets doen goed wilt doen,
dan doe je het best uit liefde tot God, om Hem te zoeken,
of beter, om Hem de kans te geven jou te vinden en te transformeren.
Tekst en onderricht 7 april 2026
Onderricht op 7 april 2026
Inspiratie voor het onderricht wordt in dit werkjaar o.a. geput uit Michael CASEY, ocso, Naar God. Inleiding tot de praktijk van het gebed, Lannoo-Tielt, Abdij Bethlehem, 2007.
In zijn beschouwingen over het contemplatieve leven en gebed
wijst Casey ons verder op verbindingslijnen tussen lectio divina en meditatie. Lectio divina biedt ons gedachten aan,
gedachten die niet zijn zoals de verstrooiende gedachten tijdens meditatie.
Want ze worden niet aangeleverd door een angstig, bezorgd, plannend of dromend ik, ontstaan niet in onze onrustige geest.
Het zijn waardevolle gedachten die ons innerlijk voeden.
William de Saint-Thierry omschrijft ze als stukjes om heel de dag op te knabbelen,
te herkauwen, in de taal van het contemplatieve gebed ‘ruminatio’ genoemd. Ze kunnen soms heel aangepast zijn aan een situatie waarin we verkeren, aan droefheid of angst, aan vreugde of dankbaarheid, aan lijden of bevrijding. Die gedachten bevatten waarheden, niet om over te praten en te discutteren.
Het zijn existentiële waarheden die ons gelovig leven op weg kunnen zetten of het kunnen vernieuwen.
Tekst enOnderricht op 3 maart 2026
Onderricht op 3 maart 2026
Inspiratie voor het onderricht wordt in dit werkjaar o.a. geput uit Michael CASEY, ocso, Naar God. Inleiding tot de praktijk van het gebed, Lannoo-Tielt, Abdij Bethlehem, 2007.
Er is een zenboeddhistisch gezegde dat leert:
“Gedraag je als je alleen bent alsof je samen bent
en in het gezelschap van anderen, gedraag je alsof je alleen bent.”
Bedoeld wordt ongetwijfeld: wees steeds jezelf.
Maar iedereen weet dat we ons in verschillende omstandigheden,
in wisselende situaties en in het bijzijn van telkens weer andere mensen heel anders kunnen gedragen, soms compleet anders!
Anders uitgedrukt: andere omstandigheden, situaties en gezelschappen brengen soms andere aspecten van onze persoonlijkheid aan het licht of roepen verborgen eigenschappen en talenten tot leven.
tekst en Onderricht op 17 maart 2026
Onderricht op 17 maart 2026
Inspiratie voor het onderricht wordt in dit werkjaar o.a. geput uit Michael CASEY, ocso, Naar God. Inleiding tot de praktijk van het gebed, Lannoo-Tielt, Abdij Bethlehem, 2007.
Er is bij veel mensen een sterke interesse voor gebeds- en meditatietechnieken.
Uit die interesse spreekt een gerichtheid op ‘resultaten’,
een zekere vorm van prestatiegerichtheid
en het verlangen om het gebed te ‘beheersen’, de regie in eigen handen te houden.
Wat in dat alles wel op begrip en goedkeuring kan rekenen
is het ontwikkelen van vaardigheden om aandachtiger aanwezig te zijn,
om ‘met ons hart onverdeeld aanwezig te zijn bij’.
Om die vaardigheid verder te ontwikkelen
is eveneens lectuur en Schriftlezing aangewezen, eerder dan TV kijken of luisteren naar podcasts… En omgekeerd heeft onze leestijd alle voordeel bij een ontwikkeld vermogen tot aandacht.
Tekst en Onderricht op 3 februari 2026
Onderricht op 3 februari 2026
Inspiratie voor het onderricht wordt in dit werkjaar o.a. geput uit Michael CASEY, ocso, Naar God. Inleiding tot de praktijk van het gebed, Lannoo-Tielt, Abdij Bethlehem, 2007.
Sommige mensen houden
als ideaal van een volmaakt spiritueel mens
iemand voor ogen die zich niet laat ‘intimideren’
door eigen gedachten en vooral niet door eigen gevoelens
en eigenlijk zowat min of meer gevoel- en gedachteloos door het leven zou gaan.
En deze ‘deugd’ zou dan zeker aanwezig dienen te zijn bij het bidden
en het doel van mediteren zou dan het bereiken
van zo’n deugdzaam innerlijk zijn.
Zo’n mensen doen denken aan een personnage
uit de roman van Umberto Eco, De Naam van de Roos, namelijk de benedictijnermonnik Jorge van Burgos, die de stelling verdedigt dat Jezus nooit gelachen heeft
en dat het voor spirituele mensen ook niet betaamt te lachen of zich met literatuur over lachen en humor bezig te houden.
Het nastreven van een dergelijk ideaal