tekst en Onderricht op 6 oktober 2026
Onderricht op 6 oktober 2026
Inspiratie voor het onderricht wordt in dit werkjaar o.a. geput uit de werken van John Main.
Meditatie is een oproep, een uitnodiging om een weg te betreden en te volgen die leidt naar het volle leven, naar waarachtig leven.
Dat betekent niet: waardevolle en belangrijke dingen doen, hebben, kennen, kunnen, durven, presteren,
waardevolle en belangrijke dingen in de ogen van anderen,
al datgene waar we naar streven om in de ogen van de anderen belangrijk en waardevol te zijn
en ons aldus een dergelijke identiteit en eigenwaardegevoel aanmeten. Meditatie roept ons tot de eenvoud van het zijn,
de ervaring van het pure zijn en de zuivere ervaring van zijn, een zijn zonder toegevoegde waarde.
Daarvan is stilte de volmaakte uitdrukking.
Want stilte is het geluid waaraan de mens zelf niets aan toevoegt. Mediteren is verstillen, dat is:
loslaten wat aan het zijn wordt toegevoegd om het zijn en het leven waarde te verlenen
vanuit de waan dat wij het waarde moeten geven en waarde kunnen toekennen, vanuit de onwetendheid dat het zin en waarde heeft.
Dat verstillen doet ons vrij worden van om vrij te zijn voor, om te kunnen zijn wie we eigenlijk zijn.
We moeten dat verstillen, de stilte, wel liefde, tijd, energie en aandacht schenken. Daarbij dienen we te aanvaarden dat we een leerproces intreden.
Het is niet een leren wat en hoe we iets moeten doen. Het is niet leren doen, maar leren zijn.
Dat doe je, door in stilte je leven en je zijn te aanvaarden als een gave, door in stilte je zijn en je leven aanvaard te weten en hoe dan ook zinvol. Dat houdt hetzelfde in als je onvoorwaardelijk bemind weten.
Je hoeft daar dus niets voor te doen. Je hoeft er alleen te zijn.
Zoals je ook bij een stervende niets meer kunt en niets meer hoeft te doen. Je hoeft er alleen te zijn, je aanwezigheid is zinvol.
En we weten ons aanvaard wanneer we ons één weten
met de bron van ons zijn, ons leven, ons bestaan, met God. Maar dat weten vereist een aandacht voor het diepere in ons, voor de ruimte waar God aanwezig wil zijn en is.
Zich bemind weten vereist bewustzijn van aanwezigheid van de liefhebbende. Het is een bewustzijn dat nog in zuivere vorm bij kinderen aanwezig kan zijn.
Daarom is mediteren misschien wel weer als kinderen worden,
de eis die Jezus in het evangelie stelt om het Rijk Gods in te treden, de vereiste houding die zo prachtig verwoord wordt in Psalm 131: Heer, niet verheft zich mijn hart, mijn ogen vermeten zich niet.
Ik begeef mij niet in wat te groot is, te wonderbaarlijk voor mij.
Neen, bedaren liet ik, verstillen mijn ziel als een kind bij zijn moeder geborgen. Als dat kind zo voel ik mijn ziel.
We weten dat dit bewustzijn bij kinderen in deze triviale wereld, maar ook in gezinnen getekend door onrust of geweld
snel verdreven, verdrukt en gekwetst kan worden. Meditatie brengt ons tot aandacht voor de aanwezigheid van de Drie-ene in ons, tot het bewustzijn ervan.
Dat bewustzijn brengt ons tot bewust zijn.
Nogmaals dat beklijvende woord van paus Franciscus
in zijn apostolische exhortatie De Vreugde van het Evangelie: Daarom hebben we een contemplatieve ingesteldheid nodig die ons iedere dag opnieuw in staat stelt te ontdekken
dat we dragers zijn van een goed dat ons tot mens maakt, en ons in staat stelt een nieuw leven te leiden.
Het is het mooiste dat we aan anderen kunnen doorgeven. (264)
Een nieuw leven leiden, een leven in eenheid met Christus, is wat de verrijzenis voor ons is.
We vinden energie, vrede en vreugde, de moed om te zijn.