tekst en Onderricht op 1 september 2026

Onderricht op 1 september 2026
Inspiratie voor het onderricht wordt in dit werkjaar o.a. geput uit de werken van John Main.

Greenpeace bracht begin de jaren ’90 een T-shirt op de markt
die vooraan prachtig bedrukt was met een afbeelding van het regenwoud
en met de slogan “THE RAINFOREST ENDANGERED”.
Het regenwoud bood in één van die jaren inspiratie
voor het verhalend kader van een kamp van onze jeugdbeweging.
De leiding en ook ik, wij droegen bij de dagopening de bewuste T-shirt. Iedere dag wees ik de jongeren op iets wat in onze samenleving in gevaar is. Op een dag had ik het over stilte: “DE STILTE IS IN GEVAAR”.
De jongeren – kinderen eigenlijk van 11-12 jaar – voelden heel goed aan waarover het ging… Stilte is voor veel een absolute voorwaarde.
Meditatie kan niet zonder stilte.
Meditatie geschiedt in stilte en meditatie is ‘verstillen’
en verstillen is ook de noodzakelijke voorbereiding op mediteren. We zoeken een stille ruimte op en bannen daar alle menselijk geluid, we gaan rechtop zitten, stil en onbeweeglijk als een rots,
onze ademhaling wordt heel rustig.
We komen tot de stilte van lichaam en geest
en in die stilte, in dat verstillen, openbaart zich de mogelijkheid om tot de gewaarwording van eenheid met onszelf te komen en van diepe verbondenheid met allen die met ons mediteren.


Het is een deugddoende en bemoedigende gewaarwording
die ons zeker ten deel kan vallen als we beginnen te mediteren. Men kan hier spreken van ‘beginnersgeluk’.
Dat ‘geluk’ kan ons in de stilte en tijdens de meditatie ten deel vallen.
Maar doel van ons mediteren is niet die gewaarwording.
We laten toe dat het aan ons geschiedt
terwijl wij eenvoudig ons gebedswoord of mantra zeggen en laten klinken en ons daardoor richten op de aanwezigheid van de Aanwezige.
We laten toe dat we tot ons centrum komen,
één worden met onszelf en vanuit dat centrum en die eenheid leren leven.
Meditatie is ‘centering prayer’.
Leven vanuit ons centrum en daarbij echt ons zelf zijn
is de voorwaarde om in eenheid te leven met anderen, met al wat leeft en is. En er is geen wezenlijk verschil tussen gerichtheid op ons centrum

en gerichtheid op God,
want de in ons inwonende God heeft zich in dat centrum ervaarbaar gemaakt. Het ervaren van die inwonende God geeft ons de kracht om lief te hebben.
Dat ervaren is echter vooral een gelovig bewust worden en bewust zijn eerder dan een psychologische gewaarwording.
Dat bewust worden is een genadevol moment
dat ons boven ons gewoon bewustzijn doet transcenderen en reiken naar het transcendente.
Voorwaarde is trouw en eenvoud.
Trouw aan het verstillen, trouw aan de stilte.