Pastorale Eenheid Maria Tenhemelopneming Homilie voor Franciscuszondag 2026
Pastorale Eenheid Maria Tenhemelopneming Homilie voor Franciscuszondag 2026
4 oktober 2026
800 jaar overlijden van Sint-Franciscus
We vieren dit feest, deze Franciscuszondag,
in grote verbondenheid met elkaar en ook in verbondenheid met de leden en de vrijwilligers van Samana.
We grijpen vandaag vooruit op de Dag van de Chronische Zieke, die dit jaar als centraal thema
verbondenheid, nabijheid en het bestrijden van eenzaamheid heeft. Vanaf dit jaar koppelt Samana hieraan ook de Week tegen Eenzaamheid.
De Kerk heeft de datum voor het feest van Sint-Franciscus vastgesteld op 4 oktober, de sterfdag van de heilige,
hoewel hij eigenlijk in de avond van 3 oktober is overleden. En dit is 800 jaar geleden, dus op 3 oktober 1226.
Getrouw aan onze gewoonte belichten we vandaag
een aspect van de inspirerende spiritualiteit van de Poverello.
We besteden nu aandacht aan de wijze hoe hij met de dood omging.
Als je aan AI vraagt wat een chronische ziekte is krijg je als antwoord dat het een lichamelijke of psychische aandoening is
waarbij er over het algemeen geen uitzicht is op volledige genezing.
De ziekte is blijvend van aard en nestelt zich in het lichaam en in de geest. Reuma en artrose zijn bekende en eerder onschuldige voorbeelden.
Mijn reumatoloog zei me ooit dat hij een ‘triestige’ dokter is:
hij kan geen mensen genezen, maar hen alleen leren leven met de ziekte en de pijn en de ongemakken ervan milderen.
Waar we ook niet van kunnen genezen is onze sterfelijkheid.
Die behoort bij ons menszijn, zoals ook onze broze gezondheid, het vatbaar zijn voor ziekte en trauma.
Jezus Sirach, een wijze uit het Oude Testament, vat het zo samen:
Reeds heel jong weet de mens dat hij moet sterven. Zo gaat het met mensen van vlees en bloed:
de ene sterft, de andere wordt geboren.
De Heer heeft de mensen uit de aarde geschapen. Tot de aarde keren mensen terug.
We moeten leren leven met onze sterfelijkheid
en vooral met de emotionele ongemakken die deze met zich meebrengt: angst en verdriet.
Angst is de grootste chronische psychische ziekte. Franciscus was in ieder geval niet bang om te sterven. Hij kende weinig angst en schaamte.
Hoe kon dat?
Karlfried van Dürckheim, Duits psycholoog en zenmeester, verbleef lange tijd in Japan,
en vergeleek in zijn boek De cultuur van de stilte,
het oosterse levensgevoel met het westerse en stelde
dat in de westerse beschaving meer angst is voor de dood, ondanks het christendom
en de eeuwenlange verkondiging van de verrijzenis en het eeuwig leven. Maar eigenlijk zijn alle mensen, ook in het oosten,
in hun denken, spreken en handelen, beheerst, zonet behekst, door de drang naar zelfbeveiliging,
de drang naar zelfbevrediging en de drang naar zelfbevestiging. Voor wie deze taal te moeilijk vindt:
we willen leven en blijven leven en liefst gezond en wel,
we willen hebben en bezitten en eigenlijk meer dan we nodig hebben en we willen erkend en gewaardeerd worden, we willen iemand zijn.
Van dat alles was bij Franciscus van Assisi op de duur geen sprake meer. We lieten het reeds in onze verwelkoming horen:
Franciscus was niet bang om te sterven, leed niet aan angst voor de dood. Hij bezat geen mateloze drang naar ontwikkeling,
genot en handhaving van zichzelf. Hij kon de dood aanvaarden. Hij noemde haar in zijn Zonnelied ‘zuster Dood’.
De woorden ‘leven’ en ‘dood’ hadden bij hem
een compleet andere betekenis dan bij de meeste mensen. Voor ons is dood het tegenovergestelde van leven.
Bij Franciscus sluit het leven de dood in en de dood ontsluit leven.
Daarom noteert Thoman van Celano
in zijn relaas over het sterven van Franciscus : “nu hij zo spoedig ging sterven,
of liever nu het echte leven zo heel dichtbij was,…”.
Leven betekende voor Franciscus
het grote goddelijke leven zichtbaar maken,
het goddelijke leven dat hij in zich aanwezig wist en met hetwelk hij in eenheid wenste te leven.
Leven met dat bewustzijn, met deze ingesteldheid,
is waarlijk als christen, als Christus leven en voelen.
Maar dat bewustzijn en deze ingesteldheid is in strijd
met de machten die ons leven en het aanzien van onze cultuur bepalen.
Franciscus’ leven was zó door en door bepaald
zó door het geloof in en het bewustzijn van Gods aanwezigheid,
dat noch de drang om zich veilig te stellen noch de angst voor de dood zijn levensgevoel konden domineren.
Franciscus’ leven was door en door bepaald
door zijn verlangen in eenheid met Christus te leven dat hij de dood kon beschouwen als de ‘grote thuisreis’,
zoals dat ook hier in oude christelijke volkswijsheid wel voorkomt.
Doch voor Franciscus kwam die grote éénwording en de grote thuisreis niet slechts aan het einde van het leven,
als de mens vermoedt of zeker weet dat het leven eindigt. Eénworden en thuiskomen bij God, één zijn met Christus,
dat tekende heel zijn leven, zoals ook sterven heel zijn leven tekende. Het sterven namelijk van het kleine en angstige ik waardoor Franciscus de woorden van de apostel Paulus tot de zijne mocht nemen
- en misschien nog meer dan de apostel Paulus zelf -:
Ikzelf leef niet meer, Christus is het die leeft in mij. (Galaten 2,20)
Daarvan waren zijn stigmata het teken.
Franciscus begreep en aanvaardde de levenswet die luidt:
Sterf en wordt.
Geloof, begrepen als leven met het bewustzijn van Gods aanwezigheid en van ons één zijn met God, is uiteraard hét geneesmiddel tegen angst en wellicht ook tegen eenzaamheid.
Dirk Masschelein, Oostende
4 oktober 2026 – feest van de heilige Franciscus van Assisi