Homilie voor de 12de zondag door het jaar A 21 juni 2026

dirkHomilie voor de 12de zondag door het jaar A 21 juni 2026


Matteüs schreef zijn evangelie wellicht voor een kerkgemeenschap
die te lijden had onder vervolgingen van de Joodse religieuze overheid.
Daaruit volgt niet onmiddellijk dat de evangelist die bemoedigende woorden zomaar in de mond van Jezus heeft gelegd
en dat Jezus zelf zijn leerlingen dus nooit op die wijze heeft toegesproken
en hen niet gewezen heeft op te verwachten onbegrip, tegenstand en vervolging. Wetend wat Hem te wachten stond, heeft Hij dat zeker wel gedaan.
Hij heeft daarmee zijn leerlingen ook opgeroepen om hun zendingsopdracht zonder vrees te vervullen
en de hun toevertrouwde boodschap compromisloos te verkondigen. Daarbij gaf Hij hen te kennen dat hun boodschap, de Zijne dus,
tegen de stroom ingaat en een verzet is tegen bestaande godsbeelden en tegen onrecht en ongelijkheid die uit die godsbeelden volgen
of uit het ontbreken van iedere verbinding met of verwijzing naar God. De boodschap van het Evangelie is nog altijd controversiëel,
niet alleen voor de wereld maar ook voor vele christenen, die het geloof en de geloofsbeleving willen aanpassen aan de wereld en aan al te menselijke verwachtingen.


Tegenstand van en verwerping door de wereld van het Evangelie en waarachtig geloof is eigenlijk een uiting van angst van de wereld,
de angst om een einde te maken aan macht en rijkdom,
de angst om het ‘ego’ te laten sterven, hetgeen waartoe het Evangelie oproept.
Tegenstand en verwerping ervaren kan wel eens een teken zijn dat de verkondiger wel degelijk goed bezig is,
niet zoekt naar succes , de mensen niet naar de mond praat, niet zegt wat ‘men’ zomaar graag hoort en op de wijze waarop ‘men’ dat aanvaardbaar vindt.
Wat Jezus zijn leerlingen wellicht ook op het hart wou drukken is, dat hun verkondiging eigenlijk goed en heilzaam is voor de mensen, en dus zinvol, ook al ziet de meerderheid dat niet in.
De verkondiging van het Evangelie beantwoordt aan wat God wil, en daarom is God met, aan de zijde van de trouwe verkondiger, ook al betekent die bijstand en aanwezigheid niet
dat tegenstand, verwerping en vervolging ophouden.
Gods aanwezigheid is niet het einde van lichamelijk lijden en sterven. Gods aanwezigheid bevestigt de zinvolheid van het bestaan,
de goddelijkheid ervan en onze eenheid met Hem, een eenheid waaraan de dood geen einde maakt. De bemoedigende woorden van Jezus zijn

voor de op lichamelijkheid en emotionaliteit gerichte mens
een sterke en bijna onverdraagbare controversiële relativering daarvan. Lichamelijk en emotioneel gekwetst worden en zelfs de dood zijn niet te vrezen en worden niet gevreesd door wie weet te leven in eenheid met God,
in eenheid met onze diepste innerlijkheid waar God aanwezig is in ons. Een echt gelovig mens laat zich niet intimideren.
Die waarheid is niet alleen bemoedigend
voor de verkondigers van het weerbarstige Evangelie,
maar ook voor ieder mens en behoort tot de kern van de boodschap.
We kunnen alleen maar steun en solidariteit betonen voor de boodschap en de boodschappers
en er ook geloof aan hechten.