Homilie voor de 3de paaszondag A 19 april 2026

dirkHomilie voor de 3de paaszondag A 19 april 2026


Uit het verhaal van de ontmoeting van de verrezen Heer met de leerlingen van Emmaüs kunnen we heel wat leren over het ‘herkennen van de Verrezene’,
het aanwezig weten van de Verrezene, het geloof in die aanwezigheid. We zouden kunnen verzuchten:
‘Dat die verrezen Jezus maar eens aan ons verschijnt, zich aan ons laat zien,
dan zouden wij vast en zeker wel geloven in de verrijzenis en in zijn aanwezigheid!’ Wel, Hij verschijnt aan de leerlingen van Emmaüs, maar ze herkennen Hem niet… En dat is een gegeven dat ook in andere verschijningsverhalen voorkomt.
In het geval van de leerlingen van Emmaüs is de reden daarvoor dat Jezus niet wil dat ze Hem onmiddellijk herkennen.
Maar dat niet willen is eigenlijk niet kunnen.
Hij kan zich nog niet openbaren omdat die leerlingen daar nog niet klaar voor zijn. Misschien kennen jullie het gezegde:
‘Als de leerling klaar is, verschijnt de meester.’
En we kunnen ook verwijzen naar het zgn. Messiasgeheim in het evangelie van Marcus:
Jezus wil niet dat de mensen weten dat Hij de Messias is omdat ze dat nog niet kunnen inzien en begrijpen.
‘Herkennen’ in ons Emmaüsverhaal heeft zeker de betekenis van ‘inzien’, zien, begrijpen met geest en hart en daardoor ervaren.
Dat de twee leerlingen dat nog niet kunnen wordt door Jezus geduid als gebrek aan verstand en traag van hart zijn.
Het klinkt uit zijn mond tamelijk kwetsend, in ieder geval direct, en het lijkt erop dat Hij weinig rekening houdt met hun emoties.
Maar misschien is dat wel nodig om hen tot inzicht en herkenning te brengen. Waarom kunnen ze Hem niet herkennen?


Omdat ze vasthouden aan hun inzichten en gevoelens.
Ze zijn, zoals wij allen, te zeer gehecht aan het materiële, fysieke en zichtbare. Echt is wat ‘ik’ kan zien en waardoor ‘ik’ kan zeker zijn.
Wat ‘ik’ niet kan zien en ervaren bestaat voor ‘ik’ niet. Ze gelijken daarin erg op de apostel Thomas,
die we de ‘ongelovige’ noemen en die dat inderdaad ook was.
En net zoals Thomas hechten de leerlingen van Emmaüs
geen geloof aan wat anderen zeggen, zeker niet aan wat vrouwen zeggen. Want ‘Hem zagen ze niet’! En ‘ik’ moet het eerst zelf zien…
Bovendien houden de leerlingen vast
aan hun opvattingen en verwachtingen over de Messias.
Dat een Messias moet lijden om zo Messias te zijn, dat kunnen ze niet aanvaarden. Dat kon ook Petrus niet toen Jezus zijn lijden en dood voorspelde:
“Dat verhoede God, Heer! Zo iets mag U nooit overkomen!” (Mt 16, 22)
HunMessiasverwachtingen zijn nog sterk ego-nationalistisch:

Jezus moest en zou onze verwachtingen inlossen.
Laat me toe hier even te zeggen
dat wij het ware wezen van medemensen niet kunnen herkennen, dat wij anderen niet echt leren kennen
als we hen voortdurend met onze verwachtingen of angsten benaderen en bekijken en dus blind van geest en hart zijn voor wie ze werkelijk zijn.
Om de werkelijkheid te kunnen zien moeten we bevrijd worden van veel waanbeelden en illusies.
En dat geldt zelfs voor de manier waarop we naar onszelf kijken. We kunnen nooit ons ware wezen, onze echte identiteit herkennen, als we voortdurend over onszelf denken en onszelf bekijken
met valse verwachtingen en meestal opgedrongen illusies. We zullen nooit onze eigenwaarde ontdekken en leren kennen als we in de spiegel kijkend alleen maar rekening houden
met de verwachtingen en met de oordelen van anderen
en daarbij nog de illusie zouden durven staande houden dat we vrij zijn.
Maar waar het de leerlingen van Emmaüs zeker ook aan ontbreekt is het inzicht dat de dood en het lijden leiden naar verheerlijking,
een inzicht dat voor de meeste mensen inderdaad hoog gegrepen is.
Het is het inzicht, het bewustworden, het geloof dat God nabij is
en Hij ons nooit aan het niet-zijn overlaat, omdat we één zijn met Hem. Er is geen reden om angstig te leven. We mogen ons ‘laten gaan’…
We mogen gerust ons ‘ik’ laten sterven in liefdevolle overgave.
Onze hele cultuur is echter een uiting van de drang om het ‘ik’ te handhaven.
Doch alleen de liefde waarin de mens zichzelf geeft
doet de mens intreden in goddelijke heerlijkheid, in echt leven. Uiteindelijk hebben onze twee leerlingen dit ingezien,
een inzicht dat hun hart deed branden, bereid maakte tot liefde en navolging. Jezus heeft daarvoor veel tijd en geduld met hen gehad.
Hij heeft hen doen inzien, hetgeen het doel moet zijn van elke kerkelijke verkondiging: inzicht bijbrengen in de aanwezigheid van de verrezen Christus,
een inzicht dat meer is dan het bijbrengen van wijze woorden, maar een inzicht dat het hart doet branden en leidt tot navolging, dus tot het geven van zichzelf in liefde.
Voor die zelfgave heeft Jezus ons een teken nagelaten: brood breken. De aanwezigheid van de verrezen Heer herkennen, anders gezegd,
het Lichaam van de Verrezen Heer herkennen, het Lichaam van Christus zien,
de verrijzenis ervaren, is maar mogelijk als je zelf wil deelnemen aan die verrijzenis door te sterven in liefdevolle overgave en dienstbaarheid
en dus zelf het Lichaam van Christus te worden.