Homilie voor de 2de zondag van de veertigdagentijd A 1 maart 2026
Homilie voor de 2de zondag van de veertigdagentijd A 1 maart 2026
“Luistert naar Hem!”
In het boek Exodus lezen we
dat Mozes de berg Sinaï beklom met drie mannen - Aäron, Nadab en Abihu - en zeventig oudsten om er te horen wat God van het volk wou, wat zijn wil was. De drie mannen en de zeventig oudsten vertegenwoordigden heel het volk.
Zo bestijgt Jezus met drie leerlingen een hoge berg.
Zij vertegenwoordigen het nieuwe volk van God, waartoe ook wij behoren. Wat die leerlingen horen en zien is ook voor ons bestemd.
En wat horen ze?
Luistert naar Hem.
Luisteren is hier niet een vrijblijvend luisteren
naar een mooi verhaal of een interessante toespraak of homilie.
Het is niet luisteren naar het zoveelste praatprogramma op de televisie.
Het is niet luisteren om iets te weten te komen, om mee te zijn met de actualiteit.
Luisteren naar Jezus doe je niet zoals luisteren naar een podcast…
Luisteren is hier synoniem van gehoorzamen, doen wat gezegd en gevraagd wordt.
In de Bergrede drukt Jezus zijn leerlingen op het hart:
Ieder nu, die deze woorden van Mij hoort en ernaar handelt, kan men vergelijken met een verstandig man
die zijn huis op rotsgrond bouwde. (Mt 7, 24)
In zijn verkondiging legt Jezus vooral de nadruk op het doen van wat God wil.
Geloven is meer een kwestie van gedrag dan van dogma
en eigenlijk hebben dogma’s het meer over een wijze van zijn
dan over iets weten en als waarheid aannemen. Zelf luistert Jezus ook naar wat God wil.
Mozes en Elia verkondigden Gods wil aan het volk.
Het is alsof ze nu aan Jezus zeggen wat God van Hem wil, maar niet alleen wat God van Hem wil, maar ook van ons.
Daarom wordt aan de leerlingen gezegd dat zij nu naar Hem moeten luisteren. Hij weet wat God echt wil.
Wat wil God van ons? Dat weten we eigenlijk best wel!
Hij wil dat we Hem beminnen en dat, door onze medemensen te beminnen, door zorg te dragen voor vrede en rechtvaardigheid, door het goede te doen. Dan laten we zijn wil geschieden, dan heiligen we zijn Naam, dan komt zijn Rijk. Dan laten we in onze woorden en daden God zien,
straalt Gods liefde en goedheid uit ons.
Dan worden we net als Jezus stralende nieuwe mensen. Paulus schrijft aan de Efezen:
4, 24 Bekleedt u met de nieuwe mens,
die naar Gods beeld is geschapen in ware gerechtigheid en heiligheid.
En aan de Romeinen schrijft Hij:
13, 14 Bekleedt u met de Heer Jezus Christus.
We bekleden ons met de nieuwe mens als we een nieuwe levenwijze aannemen, een levenswijze waarin we doen wat Jezus in Gods naam van ons vraagt.
Dat ‘luisteren’ naar Hem is niet doen wat wetten en geboden voorschrijven, maar is worden zoals Jezus.
En worden als Jezus is leven met zijn gezindheid. Het is radicale liefde voor de medemens,
het is de medemens onvoorwaardelijk dienen.
Zo’n leven van radicale liefde is alleen mogelijk vanuit vertrouwen in Gods liefde. Dat God aanwezig is in de mens, die zich radicaal in liefde geeft,
en zich door zo’n mens kan laten zien en openbaren,
wordt duidelijk door de verrijzenis van Christus.
God roept ons in en door en met Jezus tot zo’n leven:
Staat op en wees niet bang.
Dat is opstaan tot een nieuw leven van radicale liefde.
Ook Abraham hoorde die oproep en gehoorzaamde, met vertrouwen en zonder angst. Wees niet bang om jezelf te geven, je tijd, je aandacht, je energie, je rijkdom.
https://www.youtube.com/watch?v=6IZjgeO8YsU&list=RD6IZjgeO8YsU&start_radio=1