Homilie voor de 6de zondag door het jaar A 15 februari 2026

Homilie voor de 6de zondag door het jaar A 15 februari 2026
Rembrandt, De terugkeer van de Verloren Zoon: zeer overtreffende gerechtigheid….
Ik zeg u: als uw gerechtigheid die van de schriftgeleerden en Farizeeën niet ver overtreft, zult gij zeker niet binnengaan in het Rijk der hemelen.
Ook deze vermaning uit de Bergrede is opnieuw tot ons gericht en eveneens de volgende, die we vandaag niet te horen kregen:
Weest dus volmaakt, zoals uw Vader in de hemel volmaakt is. (5, 48)
Wat bedoelt Jezus met de ‘gerechtigheid van de schriftgeleerden en Farizeeën’? En vooreerst: wat bedoelt hij met ‘gerechtigheid’?
In ieder geval niet hetgeen deze term vandaag inhoudt:
het aanduiden van onrecht, het veroordelen en bestraffen van de misdadiger, de erkenning van het slachtoffer en diens rechten
en het met alle middelen ondersteunen van het slachtoffer
om het door de misdaad veroorzaakte trauma te boven te komen, met daarbij eventueel de nodige financiële tegemoetkoming.
‘Gerechtigheid’ heeft in de Bergrede niets met het gerecht, met justitie te maken. De term duidt een gedrag aan, een wijze van leven,
die de gemeenschap ten goede komt,
gericht is op het leven, welzijn en geluk van medemensen.
‘Gerechtigheid’ heeft dus te maken met zorg, respect, eerbied, mededogen
en ook met barmhartigheid en kan dus als synoniem voor naastenliefde gelden.
Het is maar te hopen dat justitie ook die gerechtigheid dient… ‘Gerechtigheid’ is geen synoniem van ‘rechtvaardigheid’.
Maar rechtvaardigheid is een aspect van gerechtigheid, weliswaar een heel belangrijk.
Bij ‘schriftgeleerden en Farizeeën’ kunnen we dan
denken aan allen die op een of andere wijze
in onze tijd en samenleving het correcte sociaal gedrag voorschrijven, bepalen hoe de correcte opvoeding er uit ziet,
wat correct politiek en ethisch denken en handelen is.
En zoals we weten zijn die zedenmeesters voor de meerderheid van de mensen al lang niet meer te vinden in de Kerk.
De schriftgeleerden en Farizeeën van Jezus’ tijd
beschouwden en beleefden gerechtigheid als het stipt onderhouden van de Wet en ook van de voorschriften van de traditie,
die ze zoals de Wet als wil van God voorstelden aan de mensen.
Tegen die opvatting protesteerde reeds de profeet Jesaja die stelde dat bij die vorm van gerechtigheid
veel mensenwet werd aangeleverd, niet Gods wil,
en dat bij dat aanleveren en beleving ervan het hart ver van God is.
Noch God noch de mensen zijn dan echt met zo’n gerechtigheid gediend.
Hoezeer voor het de vrede, het geluk en het welzijn van mensen goede wetgeving en voorschriften noodzakelijk zijn
en het naleven ervan door de christen zeker dient te geschieden, toch is de door Jezus vereiste gerechtigheid meer dan
een wetsgetrouw leven en heeft ze geen wettelijke oorsprong. Gerechtig leven is niet vooreerst wetsgetrouw leven,
maar is liefdevol leven, en wel getekend door een liefde die de liefde van God weerspiegelt en openbaart.
Zoals het zo raak geformuleerd staat in het Johannesevangelie: Dit is mijn gebod, dat gij elkaar liefhebt, zoals Ik u heb liefgehad. Geen groter liefde kan iemand hebben dan deze,
dat hij zijn leven geeft voor zijn vrienden. (Joh 15, 12-13)
Wat God wil is, dat we in onze woorden, in ons doen en laten zijn liefde, zijn barmhartigheid openbaren en beleven,
in zorg en verantwoordelijkheid voor het leven en welzijn van mensen. En dit alles op een volmaakte en onvoorwaardelijke wijze.
Dat kan enkel als we leven in eenheid met God,
als ‘ons hart bij de Heer’ is, niet ver van Hem vandaan.
Jezus roept ons vandaag op tot een geloofsleven en een geloofsbeleving die de oppervlakkigheid van de meeste gedoopten ver overtreft.
Dat geloofsleven en die geloofsbeleving zal altijd twee elementen bevatten waarin van ons enige ‘volmaaktheid’ gevraagd wordt:
bidden en onder de mensen het goede doen.
En dit vanuit een aanwezigheid met het goede hart bij mensen
en ook, ja ook, vanuit een aanwezigheid met een aandachtig hart bij God.
In het doen van het goede vervullen we het gebod dat telt en alle andere verenigt: het gebod van de liefde, een onvoorwaardelijk en onverdeelde,
niet ophoudende inzet en niet opgevend engagement van zorg en verantwoordelijkheid. In ons bidden en onze liturgie zoeken we eenheid en verbondenheid met Christus,
een bidden dat vooral veel stilte van onze kant inhoudt. een bidden dat onze eigen noden en verlangens overtreft,
en meer is dan zoeken naar mooie woorden en zinvolle teksten.
https://www.youtube.com/watch?v=2zIdpkBBLpM&list=RD2zIdpkBBLpM&start_radio=1