Homilie voor het feest van de Opdracht van de Heer (Maria-Lichtmis) 2 februari 2026

dirk

Homilie voor het feest van de Opdracht van de Heer (Maria-Lichtmis) 2 februari 2025



Vorige zondag hoorden we in de evangelielezing
hoe de evangelist Matteüs de verkondiging van Jezus
- verwijzend naar de profeet Jesaja- duidt als een verlichting die het duister verdrijft.
Het volk dat in de duisternis zat, heeft een groot licht aanschouwd. En over hen die in het land van doodse duisternis gezeten waren, over hen is een licht opgegaan. (Mt 4, 16; Jes 9, 1)
Jezus is het door God gezonden verlichtende licht.
Ook in het Johannes-evangelie is het licht dé metafoor waarmee over Jezus gesproken wordt:
Het ware Licht, dat iedere mens verlicht, kwam in de wereld. (Joh 1, 9)

En bij herhaling wijst Jezus er ook zichzelf als het licht aan:
Opnieuw richtte Jezus het woord tot hen en sprak:
“Ik ben het licht van de wereld. Wie Mij volgt, dwaalt niet rond in de duisternis, maar zal het licht van het leven bezitten.” (Joh 8, 12)
In het Lucas-evangelie is het de oude Simeon die in de tempel
Jezus bezingt als het licht dat voor alle heidenen straalt. (Lc 2, 32)
Dat hoorden we zonet in de evangelielezing van dit feest, dat weliswaar het meest gekend is als ‘Maria-Lichtmis’ maar eigenlijk het feest is van de Opdracht van de Heer.
Het is niet zozeer een Maria-feest, maar eerder een Jezus-feest.


Het verwijst nog eens naar Kerstmis, het feest van de geboorte van het Licht en het verwijst ook al naar Pasen, het feest van de overwinning van het Licht.
En bij de aanvang van de viering hebben we gedaan wat we ook in de paaswake zullen doen:
we steken een kaars aan en nemen daarvoor vuur aan de paaskaars.
Daarmee maken we duidelijk dat we Jezus willen navolgen
en dat we in navolging van Hem ook licht in en van de wereld willen zijn. Jezus zegt ons trouwens in de Bergrede:
Gij zijt het licht der wereld. (Mt 5, 14)
Dat is heel radicaal.
Hij zegt niet: “Gij moet het licht der wereld zijn.” En ook niet: “Gij kunt het licht der wereld zijn.”
In dit geval zouden we ons ‘licht zijn’ nog even kunnen uitstellen. Maar als Hij zegt dat we het licht zijn,
dan betekent dat, dat als we geen licht zijn, we eenvoudig weg zijn leerling zijn niet, en we ons dus geen christen hoeven te noemen.

Jezus nu verlicht niet alleen door zijn liefde en goedheid.
Hij verlicht ons door de gave van een innerlijk licht: zijn Geest. Het is een geest van wijsheid.
Die geest maakt ons bewust wie we zijn:
we zijn allen Gods geliefde kinderen.
We zijn allen door God bemind en God is ons steeds nabij. Dat geeft ons de moed om te leven.
De geest is ook een geest van liefde.
Hij geeft ons de kracht om lief te hebben,
ook diegenen naar wie onze sympathie niet onmiddellijk uitgaat. We kunnen maar licht zijn als we die geest toelaten,
ons door die geest laten inspireren
en als we transparant worden voor het licht dat in ons is. In opvoeding dienen ouders die inspiratie toe te laten,
te ondersteunen en zelf ook inspirerend te zijn.
En ook hier is de eerste inspiratie
aan kinderen duidelijk maken dat ze geliefde kinderen zijn, de kinderen van ons welbehagen,
diegenen die ons vreugde verschaffen.