Homilie voor de derde zondag door het jaar A 25 januari 2026
Homilie voor de derde zondag door het jaar A 25 januari 2026
Het nazi-juk werd weggenomen. Leven wij en alle mensen sindsdien echt bevrijd? En is sinds de Verlichting alle menselijke waanzin ook verdwenen?
Vorige zondag hoorden we in de evangelielezing
uit het eerste hoofdstuk van het Johannesevangelie
dat Johannes de Doper Jezus aanduidt als het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt.
Dat betekent dat Jezus een einde maakt
aan de toestand van vervreemding waarin de mensheid verkeert.
De mens is vervreemd van zijn eigen wezen, van God en van zichzelf, beantwoordt niet meer aan de mens die God voor ogen had,
een wezen dat in eenheid met God leeft en in staat is onvoorwaardelijk lief te hebben. Jezus neemt die toestand weg door de doop van de Geest,
het inplanten in het hart van de mens van zijn gezindheid waardoor de mens in totale eenheid met God leeft
en een volkomen liefde, vrede en vreugde kent.
In het begin van het relaas van Jezus’ optreden in het Matteüsevangelie duidt de evangelist - met behulp van een citaat uit de profetie van Jesaja – Jezus aan als het licht dat het duister waarin de mensheid leeft wegneemt.
Laat er geen twijfel over bestaan dat ook dit geschiedt door het doopsel van de Geest.
Vorige zondag wezen we er ook op dat het wegnemen van de zonde echter niet effectief geschieden kan zonder
onze openheid voor en onze medewerking met de Geest,
zonder ons inspelen op de genade, het laten werken van de inspiratie, ons laten verlichten.
Dat is wat ‘bekering’ inhoudt.
Daarom zijn de eerste woorden van Jezus’ verkondiging eigenlijk een oproep: “Bekeert U.”
En Hij laat daarop volgen: “want het Rijk der hemelen is nabij.”
Hij zegt daarmee dat een wereld zonder de zonde en de duisternis wel degelijk in ons bereik is en reëel wordt als we het echt willen. Zoals het reddende medicijn op tafel ligt.
We hoeven er in te geloven en het in te nemen.
Dan worden we ‘verlichte mensen’.
Als men het nu hebben over mensen die verlicht zijn,
dan heeft men het meestal over mensen die tot inzicht gekomen zijn,
mensen die verhelderende of bevrijdende inzichten en waarheden hebben verworven. Wetenschap verlicht en bevrijdt de mensen.
De tijd van de definitieve doorbraak van het wetenschappelijk denken heet dan ook de eeuw of de tijd van de Verlichting.
De mensheid heeft sindsdien een verbazingwekkende evolutie meegemaakt, die we ook mogen aanduiden als wegnemen van duisternis,
van vervreemding en als bevrijding.
Het vermogen om ziekte en ellende weg te nemen groeide gestaag. Maar helaas ook om de aarde en de natuur te verkennen en uit te buiten en om massavernietigingswapens te produceren.
Wetenschap leidde en leidt helaas niet alleen tot welvaart, welzijn en vooruitgang en de Verlichting leidde niet tot een blijvende
vredevolle en universeel rechtvaardige wereld.
Wetenschap hielp ook het geloof bevrijden van bijgeloof en valse godsbeelden, maar in veel gevallen werd met het badwater ook het kind weggegooid: God zelf.
En in veel gevallen leidde de weerzin voor Kerk en religie niet naar het zoeken naar een verlichtend en bevrijdend godsbeeld, zoals Jezus dat heeft gebracht.
‘Verlichting’ kan nu echter ook verwijzen naar een geloofsgegeven, een spirituele ervaring in het leven, een moment van bekering,
een tot inzicht komen over de weg naar echt leven en geluk, een van inzien wat er in het leven moet veranderen.
Deze verlichting is niet zozeer het gevolg van wetenschappelijk en logisch denken, maar van een genadevol moment, iets wat de mens overkomt,
soms na een periode waarin men zoekt naar zin in het leven en echt geluk, soms na een periode van crisis.
Deze ‘verlichting’ is dus het doopsel met of de gave van Gods Geest betekenen.
Deze verlichting is bevrijdend
en leidt tot een ander leven waarin volkomen vrede en vreugde ervaren wordt, waarin meer liefde en goedheid aan bod komt, waarin we onszelf worden en zijn.
Iedere verandering van levenswijze is altijd het gevolg van ‘verlichting’,
van nieuwe inzichten, van bewustworden.
Maar deze die leiden tot een liefdevoller en vredevoller leven, tot meer rechtvaardigheid, zijn nog iets anders dan verstandelijke inzichten en wetenschappelijke kennis van feiten.
Het weten dat op transport gezette Joden een gewisse dood tegemoet gingen
heeft de politie van Parijs niet weerhouden om aan hun aanhouding mee te werken.
Het weten dat spotgoedkope kledij wellicht gemaakt wordt
door onderbetaalde textielarbeid in weinig benijdenswaardige omstandigheden belet het overgrote merendeel van de consumeerders niet die kledij te kopen. Hoezeer informatie en bewustmaking ook noodzakelijk zijn,
verandering in levenswijze dient een diepere motivatie te kennen dan het weten. Niet alleen het verstand dient verlicht te worden, maar ook het hart.
De grote verlichting is deze van de liefde:
liefde voor de waarheid, maar ook liefde voor de rechtvaardigheid, liefde voor de schepping, voor de mensen.
Bekering, veranderen van levenswijze, een leven leiden van louter liefde,
gericht op het leven, de vrede en de vreugde van medemensen, is het gevolg van een luisteren naar de stem van ons hart,
van een verlicht worden door een goddelijke inspiratie. Die verlichting kwam Jezus brengen.
Mensen, die zelf nood hebben aan verlichting, aan vergeving en bekering, mogen daaraan meewerken.
https://www.youtube.com/watch?v=NG0vH4WYChQ&list=RDNG0vH4WYChQ&start_radio=1