Homilie voor de 2de zondag door het jaar A 18 januari 2026

Homilie voor de 2de zondag door het jaar A 18 januari 2026
Jan van Eyck, Het Lam Gods (detail)
De blik van het Lam is een uitnodigende blik.
Het is de blik van de Christus die ons oproept tot navolging, tot een leven met zijn gezindheid.
Zie, het Lam Gods dat de zonde van de wereld wegneemt.
Er staat wel degelijk ‘de zonde’ en niet ‘de zonden’. Zonden worden vergeven, niet weggenomen.
En die zonden zijn niet vergeven omdat Jezus voor onze zonden geboet heeft, in onze plaatst gestraft werd door een straf eisende God.
Dat onze zonden zijn vergeven betekent dat niets ons van Gods liefde kan scheiden. Maar ‘de zonde van de wereld’ houdt wel in dat wij ons afscheiden van God,
dat wil zeggen, dat wij in ons denken, spreken en handelen niet meer beantwoorden aan wat God van ons wil,
dat we dus ophouden ons ware zelf te zijn, vervreemd zijn van onszelf.
En dat afgescheiden zijn kan zich wel uiten in ons gedrag en onze gedragingen. De zonde van de wereld wegnemen is deze afgescheidenheid ongedaan maken, de eenheid herstellen, zorgen dat we weer beantwoorden aan ons ware wezen, zorgen dat we weer liefdevolle en vredevolle mensen worden.
Hoe brengt het ‘Lam Gods’, de ‘Zoon van God’ dat voor elkaar? Johannes de Doper antwoordt op die vraag:
Hij is het die doopt met de heilige Geest.
Jezus leefde als mens in totale eenheid met God. De verrezen Heer leeft in totale eenheid met God. Het gaat over een innerlijke, spirituele eenheid.
Zijn gezindheid, zijn ingesteldheid waarmee Hij leefde en leeft is de geest van God, is de heilige Geest.
Daardoor was en is zijn denken, willen en voelen goddelijk en dus zijn spreken en handelen ook.
En dat kan ook zo zijn bij ieder die met die Geest, met die gezindheid gedoopt is. En dat zijn we eigenlijk allemaal.
Het enige wat wij moeten doen is die Geest toelaten. Dat is ‘bekering’, synoniem voor ‘geloven in Jezus’.
Zo lezen we dan in de proloog van het Johannes-evangelie:
1, 12 Aan allen echter die Hem wèl aanvaardden, aan hen die in zijn Naam geloven, gaf Hij het vermogen om kinderen van God te worden.
Het ons gegeven vermogen om kinderen van God te worden is de Geest. We moeten van die Geest in ons bewust worden en Hem toelaten.
Dat is het wat Paulus vroeg toen hij schreef aan de Filippenzen:
2,5 Die gezindheid moet onder u heersen welke ook Christus Jezus bezielde.
Het is pas als we die gezindheid van Christus Jezus onder ons en in ons laten heersen dat we Christus Jezus echt ‘kennen’.
Ook Johannes diende zich aan die bekering van gezindheid te onderwerpen,
zag daarvan de absolute noodzaak in en riep daarom mensen ook tot die bekering op en nodigde hen uit als teken daarvan zich te laten dopen.
Het lezen van of het horen van verhalen over Jezus is uitstekend om kinderen met de gezindheid van Jezus in contact te brengen, maar het is pas als ze leren leven met de gezindheid van Jezus dat ze Hem ook echt zullen leren kennen,
een kennis die een andere is dan deze van ‘horen zeggen’.
Het is pas als je met mensen samenleeft dat je ze echt leert kennen.
Het is pas als je leeft in eenheid met Christus, in communio met Christus, dat je Christus meer en meer leert kennen en je zijn lichaam wordt.
Ons ‘Amen’ bij het ontvangen van het hostiebrood
drukt onze bereidheid uit het lichaam van Christus te worden, ons te laten dopen door zijn Geest en één te zijn met Hem.
https://www.youtube.com/watch?v=AiuC_CaObbI&list=RDAiuC_CaObbI&start_radio=1 Dit duurt best wat lang. Maar God heeft tijd en geduld….